Handleiding Debian Edu/Skolelinux Bullseye 11

Publicatiedatum: 31-01-2021


Inhoudsopgave

1. Handleiding voor Debian Edu 11 codenaam Bullseye
2. Over Debian Edu en Skolelinux
2.1. Ontstaansgeschiedenis en verantwoording voor een dubbele naam.
3. Architectuur
3.1. Het netwerk
3.1.1. De standaard netwerkconfiguratie
3.1.2. Hoofdserver
3.1.3. De diensten op de hoofdserver
3.1.4. LTSP-server(s)
3.1.5. Thin-clients
3.1.6. Schijfloze werkstations
3.1.7. Netwerkclients
3.2. Beheer
3.2.1. Installatie
3.2.2. Configuratie van de toegang tot het bestandssysteem
4. Vereisten
4.1. Vereisten inzake apparatuur
4.2. Compatibele apparatuur
5. Vereisten voor de netwerkopstelling
5.1. Standaardopstelling
5.2. Internet router
6. Installatie- en downloadopties
6.1. Waar u bijkomende informatie kunt vinden
6.2. Downloaden van de installatiemedia voor Debian Edu 11, codenaam Bullseye
6.2.1. amd64 of i386
6.2.2. netinst iso-images voor amd64 en i386
6.2.3. BD iso-images voor i386 en amd64
6.2.4. Verifiëren van de gedownloade image-bestanden
6.2.5. Broncode
6.3. Een cd / dvd per e-mail aanvragen
6.4. Debian Edu installeren
6.4.1. Scenario's voor de installatie van de hoofdserver
6.4.2. Desktop environments
6.4.3. Modulaire installatie
6.4.4. Installatietypes en downloadopties
6.4.5. Het installatieproces
6.4.6. Aantekeningen bij enkele specifieke kenmerken
6.4.7. Installaties vanaf een USB-stick en niet vanaf een cd / blu-rayschijf
6.4.8. Installeren en opstarten over het netwerk via PXE
6.4.9. PXE-installaties aanpassen
6.4.10. Images op maat
6.5. Rondleiding langs enkele schermafdrukken
7. Aan de slag
7.1. Wat u zeker moet doen om aan de slag te kunnen gaan
7.1.1. De diensten op de hoofdserver
7.2. Inleiding in GOsa²
7.2.1. Zich aanmelden bij GOsa² en de overzichtspagina
7.3. Gebruikersbeheer met GOsa²
7.3.1. Gebruikers toevoegen
7.3.2. Opzoeken, wijzigen en verwijderen van gebruikers
7.3.3. Wachtwoorden instellen
7.3.4. Geavanceerd gebruikersbeheer
7.4. Het beheer van groepen met GOsa²
7.5. Het beheer van machines met GOsa²
7.5.1. Machines zoeken en verwijderen
7.5.2. Bestaande machines wijzigen / Beheer van netgroepen
8. Printerbeheer
8.1. Printers gebruiken die met werkstations verbonden zijn
8.2. Network printers
9. Kloksynchronisatie
10. Volle partities groter maken
11. Onderhoud
11.1. Programmatuur bijwerken
11.1.1. Op de hoogte blijven van beveiligingsbijwerkingen
11.2. Reservekopieën beheren
11.3. Servers opvolgen
11.3.1. Munin
11.3.2. Icinga
11.3.3. Sitesummary
11.4. Bijkomende informatie over het aanpassen van Debian Edu
12. Opwaarderingen
12.1. Algemene opmerkingen over opwaarderingen
12.2. Opwaarderen vanaf Debian Edu Buster
12.2.1. De hoofdserver opwaarderen
12.2.2. Een werkstation opwaarderen
12.3. Opwaarderingen van oudere installaties van Debian Edu / Skolelinux (voor Buster)
13. HowTo
14. HowTo's voor algemeen systeembeheer
14.1. De historiek van configuratie-instellingen: wijzigingen in /etc/ opvolgen met behulp van Git, een systeem voor versiebeheer
14.1.1. Voorbeelden uit de praktijk
14.2. De grootte van partities aanpassen
14.2.1. Het beheer van logische gegevensdragers
14.3. Het gebruik van ldapvi
14.4. NFS met Kerberos
14.4.1. Aanpassen van de standaardinstelling
14.5. Standardskriver
14.6. JXplorer, een grafische gebruikersinterface voor LDAP
14.7. ldap-createuser-krb, een hulpmiddel voor aan de commandolijn
14.8. Het gebruik van 'stable-updates'
14.9. Meer recente programmatuur installeren met backports
14.10. Opwaarderen met behulp van een cd of een gelijksoortig image
14.11. Het automatisch opruimen van processen die niet meer in gebruik zijn
14.12. Beveiligingsbijwerkingen automatisch installeren
14.13. Machines 's nachts automatisch uitzetten
14.13.1. Het systeem opzetten om computers 's nachts uit te schakelen
14.14. Toegang krijgen tot servers van Debian-Edu die zich achter een firewall bevinden
14.15. Bijkomende servermachines installeren om de hoofdserver te ontlasten
14.16. HowTo's van wiki.debian.org
15. Howto over systeembeheer voor gevorderden
15.1. Gebruikersbeheer op maat met GOsa²
15.1.1. Gebruikersgroepen per jaartal aanmaken
15.2. Ander maatwerk in verband met gebruikers
15.2.1. Mappen aanmaken in de persoonlijke map van alle gebruikers
15.2.2. Gemakkelijk toegang krijgen tot USB-sticks en cd's/dvd's
15.3. Een aparte server voor het opslaan van bestanden
15.4. De mogelijkheid inperken om zich via ssh aan te melden
15.4.1. Bij een opstelling zonder LTSP-clients
15.4.2. Bij een opstelling met LTSP-clients
15.4.3. Een noot over meer complexe opstellingen
16. HowTo's in verband met de grafische werkomgeving
16.1. Een grafische werkomgeving instellen voor meerdere talen
16.2. Dvd's afspelen
16.3. Tekensets met lettertekens in handschrift
17. HowTo's voor netwerkclients
17.1. Een inleiding in thin clients en schijfloze werkstations
17.1.1. De keuze van het type LTSP-client
17.1.2. Gebruik een verschillend LTSP clientnetwerk
17.1.3. Voeg een LTSP-chroot toe om 32-bits client-PC's te ondersteunen
17.1.4. De configuratie van een LTSP-client
17.1.5. Geluid op LTSP-clients
17.1.6. Printers gebruiken die met LTSP-clients verbonden zijn
17.2. Modifying the PXE setup
17.2.1. Het PXE-menu configureren
17.2.2. De PXE-installatie configureren
17.2.3. Een eigen pakketbron gebruiken bij PXE-installaties
17.3. Netwerkinstellingen aanpassen
17.4. Extern Bureaublad (Remote Desktop)
17.4.1. Xrdp
17.4.2. X2Go
17.4.3. Beschikbare clients voor verbinding met een extern bureaublad
17.5. Wireless clients
18. Samba in Debian Edu
18.1. Toegang tot bestanden via Samba
19. HowTo's in verband met leren en onderrichten
19.1. Onderricht in programmeren
19.2. Leerlingen opvolgen
19.3. De netwerktoegang voor leerlingen beperken
20. HowTo's voor gebruikers
20.1. Wachtwoorden wijzigen
20.2. Autonome Java-toepassingen uitvoeren
20.3. Het gebruik van e-mail
20.4. Thunderbird
21. Meewerken
21.1. Meewerken op lokaal vlak
21.2. Wereldwijd meewerken
21.3. Report bugs
21.4. Auteurs van documentatie en vertalers
22. Ondersteuning
22.1. Ondersteuning op vrijwillige basis
22.1.1. in het Engels
22.1.2. in het Noors
22.1.3. in het Duits
22.1.4. in het Frans
22.2. Professionele ondersteuning
23. Nieuwe functionaliteit in Debian Edu Bullseye
23.1. Nieuwe functionaliteit voor Debian Edu 11 met codenaam Bullseye
23.1.1. Veranderingen aan het installatieproces
23.1.2. Bijwerkingen van programmatuur
23.1.3. Documentatie en bijwerkingen van vertalingen
23.1.4. Andere veranderingen vergeleken met de vorige uitgave
23.1.5. Bekende problemen
24. Auteursrechten en auteurs
25. Vertalingen van dit document
25.1. Hoe dit document vertalen
25.1.1. Gebruik PO-bestanden voor het vertalen
25.1.2. Online vertalen met behulp van een webbrowser
26. Bijlage A - De GNU Algemene Gebruikerslicentie
26.1. Handleiding voor Debian Edu 11 codenaam Bullseye
26.2. GNU GENERAL PUBLIC LICENSE
26.3. TERMS AND CONDITIONS FOR COPYING, DISTRIBUTION AND MODIFICATION
27. Bijlage B - nog geen Debian Edu live cd/dvd's voor Bullseye
27.1. Functionaliteit van het image voor een autonome computer
27.2. Functionaliteit van het image voor een werkstation
27.3. Vertalingen en regionale ondersteuning activeren
27.4. Goed om te weten
27.5. Bekende problemen met het image
28. Bijlage C - Functionaliteit in oudere uitgaven
28.1. Nieuwe functionaliteit voor Debian Edu 10+edu0, codenaam Buster, uitgebracht op 06-07-2019
28.1.1. Veranderingen aan het installatieproces
28.1.2. Bijwerkingen van programmatuur
28.1.3. Documentatie en bijwerkingen van vertalingen
28.1.4. Andere veranderingen vergeleken met de vorige uitgave
28.2. Nieuwe functionaliteit voor Debian Edu 9+edu0, codenaam Stretch, uitgebracht op 17-06-2017
28.2.1. Veranderingen aan het installatieproces
28.2.2. Bijwerkingen van programmatuur
28.2.3. Documentatie en bijwerkingen van vertalingen
28.2.4. Andere veranderingen vergeleken met de vorige uitgave
28.3. Historische informatie over oudere uitgaven

1. Handleiding voor Debian Edu 11 codenaam Bullseye


Vertaling:
2014-2020 Frans Spiesschaert

Logo van het installatieprogramma van Debian Edu

Dit is de handleiding voor de uitgave van Debian Edu 11 Bullseye.

De (Engelstalige) wikipagina https:/wiki.debian.org/DebianEdu/Documentation/Bullseye bevat een regelmatig bijgewerkte versie.

De vertalingen maken deel uit van het pakket debian-edu-doc, dat op een webserver geïnstalleerd kan worden en ook online beschikbaar is.

2. Over Debian Edu en Skolelinux

Debian Edu, ook bekend onder de naam Skolelinux, is een op Debian gebaseerde Linuxdistributie. Ze biedt een gebruiksklare omgeving voor een volledig geconfigureerd schoolnetwerk.

De hoofdstukken over hardware- en netwerkvereisten en over de architectuur bevatten basisinformatie over de omgeving.

Na de installatie van een hoofdserver worden alle diensten die in een schoolnetwerk nodig zijn, ingesteld en is het systeem klaar voor gebruik. Enkel gebruikers en apparatuur moeten toegevoegd worden via GOsa², een handige webinterface, of via een andere LDAP-editor. Er werd ook voorzien in een omgeving die opstarten over het netwerk mogelijk maakt met behulp van PXE/iPXE. Nadat u de hoofdserver met behulp van een cd, een blu-rayschijf of een USB-stick hebt geïnstalleerd, kunnen daardoor alle overige computers via het netwerk geïnstalleerd worden. Dit geldt ook voor mobiele werkstations (zoals laptops en netbooks die men uit het schoolnetwerk weg kan nemen). Computers in het netwerk kunnen ook opstarten via PXE/iPXE als schijfloze computers of thin clients.

Diverse educatieve toepassingen, zoals GeoGebra, Kalzium, KGeography, GNU Solfege en Scratch, maken deel uit van een standaard grafische werkomgeving. Deze kan eenvoudig en bijna onbegrensd uitgebreid worden met in Debian beschikbare softwarepakketten.

2.1. Ontstaansgeschiedenis en verantwoording voor een dubbele naam.

Debian Edu / Skolelinux is een Linuxdistributie die door het Debian Edu project gemaakt wordt. Als een zogenaamde Debian Pure Blends distributie (een gebruiksklaar geheel van Debian pakketten) is het een officieel deelproject van Debian.

Dit betekent dat Skolelinux voor uw school een versie van Debian maakt die een gebruiksklare omgeving biedt voor een volledig geconfigureerd schoolnetwerk.

Op 2 juli 2001 ging in Noorwegen het Skolelinux project van start en ongeveer gelijktijdig begon Raphaël Hertzog in Frankrijk met Debian-Edu. Sinds 2003 zijn beide projecten één gemaakt, maar beide benamingen bleven behouden. 'Skole' en (Debian-)'Education' zijn in de betrokken landen immers goed ingeburgerde termen.

Op dit ogenblik wordt het systeem gebruikt in verschillende landen over de hele wereld.

3. Architectuur

3.1. Het netwerk

Dit hoofdstuk behandelt de netwerkarchitectuur en de diensten die door een installatie van Skolelinux geboden worden.

Netwerktopologie van Debian Edu

De afbeelding schetst het schema van de veronderstelde netwerktopologie. De standaardopstelling van een Skolelinux netwerk veronderstelt dat er één (en slechts één) hoofdserver is, die het mogelijk maakt om zowel gewone werkstations als LTSP-servers (met de ermee verbonden thin clients en/of schijfloze werkstations) toe te voegen. Het aantal werkstations kan zo groot of zo klein zijn als u wenst (gaande van nul tot zeer veel). Hetzelfde geldt voor de LTSP-servers, die elk op een apart netwerk zitten, zodat het verkeer tussen de clients en de LTSP-server de andere netwerkdiensten niet hindert. Een gedetailleerde uitleg over LTSP is te vinden in het betreffende HowTo-hoofdstuk.

De reden waarom er in elk schoolnetwerk slechts één hoofdserver kan zijn, ligt in het feit dat de hoofdserver DHCP aanbiedt. Per netwerk mag slechts één machine dat doen. Het is mogelijk om bepaalde diensten van de hoofdserver naar andere machines te verplaatsen door die dienst op een andere machine te installeren en te configureren. Nadien moet de DNS-configuratie daaraan aangepast worden, zodat de DNS-alias voor die dienst naar de juiste computer verwijst.

Om de standaard opstelling van Skolelinux eenvoudig te houden, verloopt de verbinding met het internet over een afzonderlijke router, ook gateway geheten. Raadpleeg het hoofdstuk Internetrouter voor informatie over hoe u een dergelijke gateway kunt opzetten als het niet mogelijk blijkt om een bestaand exemplaar passend te configureren.

3.1.1. De standaard netwerkconfiguratie

DHCP op de hoofdserver bedient het netwerk 10.0.0.0/8 en biedt er een PXE-opstartmenu aan, waarbij u kunt kiezen uit: een nieuwe server/werkstation installeren, een thin client of een schijfloos werkstation opstarten, memtest uitvoeren, of opstarten vanaf de lokale harde schijf.

This is designed to be modified; for details, see the related HowTo chapter.

DHCP op de LTSP-servers bedient via de tweede netwerkkaart enkel een gereserveerd netwerk (192.168.0.0/24 en 192.168.1.0/24 zijn de vooraf geconfigureerde opties). Slechts uitzonderlijk zal men hieraan iets moeten veranderen.

De configuratie van alle subnetwerken ligt in LDAP opgeslagen.

3.1.2. Hoofdserver

Een netwerk van Skolelinux heeft één hoofdserver (ook 'tjener' genaamd, wat Noors is voor 'server') die standaard het IP-adres 10.0.2.2 heeft en geïnstalleerd wordt door te kiezen voor het profiel Hoofdserver (Main Server). Het is mogelijk (maar niet vereist) om naast het profiel hoofdserver ook de profielen LTSP-server en werkstation te selecteren en te installeren.

3.1.3. De diensten op de hoofdserver

Behalve het beheer van de thin clients, worden initieel alle diensten geïnstalleerd op één centrale computer (de hoofdserver). Met het oog op prestatiebevordering is het aangewezen dat de LTSP-server(s) op (een) aparte computer(s) staat/staan (hoewel het mogelijk is om zowel het profiel hoofdserver als het profiel LTSP-server op één en dezelfde computer te installeren). Alle diensten krijgen een eigen DNS-naam toegewezen en worden exclusief over IPv4 aangeboden. De toegewezen DNS-naam maakt het eenvoudig om individuele diensten van de hoofdserver te verplaatsen naar een andere computer. Daarvoor dient u gewoon die dienst op de hoofdserver te stoppen en de DNS-configuratie zodanig aan te passen dat naar de nieuwe locatie van de dienst gewezen wordt (uiteraard moet die dienst eerst op die andere machine geïnstalleerd worden).

Uit veiligheidsoverwegingen worden alle verbindingen waarover wachtwoorden verzonden worden, versleuteld. Geen enkel wachtwoord wordt als klare tekst over het netwerk verzonden.

Hieronder vindt u een tabel met alle diensten die standaard geïnstalleerd worden in een netwerk van Skolelinux en hun respectieve DNS-naam. Zo mogelijk verwijst elk configuratiebestand via zijn naam (met weglating van de domeinnaam) naar de dienst waaraan het gekoppeld is. Deze benadering maakt het voor scholen gemakkelijk om wijzigingen aan te brengen aan hun domeinnaam (als ze over een eigen DNS-domein beschikken) of aan de IP-adressen die ze gebruiken.

Tabel met de diensten

Beschrijving van de dienst

Gebruikelijke naam

DNS-naam van de dienst

Centraal logboek

rsyslog

syslog

Systeem van domeinnamen

DNS (BIND)

domain

Automatische netwerkconfiguratie van machines

DHCP

bootps

Synchronisatie van de systeemtijd

NTP

ntp

Persoonlijke mappen via een netwerkbestandssysteem

SMB / NFS

homes

Elektronische post

IMAP (Dovecot)

postoffice

Registerdienst

OpenLDAP

ldap

Gebruikersbeheer

GOsa²

---

Webserver

Apache/PHP

www

Centrale reservekopie

sl-backup, slbackup-php

backup

Webcache

Proxy (Squid)

webcache

Afdrukken

CUPS

ipp

Veilig aanmelden over het netwerk

OpenSSH

ssh

Automatische configuratie

CFEngine

cfengine

LTSP-server/s

LTSP

ltsp

Netwerk-blokapparaat-server

NBD

---

Toezicht op diensten en machines met foutmeldingen, evenals status en geschiedenis op het web. Foutrapportage per e-mail

Munin, Icinga en Sitesummary

sitesummary

De persoonlijke bestanden van iedere gebruiker worden in diens persoonlijke map opgeslagen. De server stelt die persoonlijke mappen ter beschikking, zodat men er vanop elke machine toegang toe heeft. Zo hebben gebruikers toegang tot dezelfde bestanden, ongeacht de machine die ze gebruiken. De server werkt platformonafhankelijk en geeft gebruikers op Unix clients via NFS toegang tot hun bestanden, terwijl gebruikers op Windows- en Macintosh-clients via SMB toegang tot hun bestanden krijgen.

Standaard werd de mailserver ingesteld om enkel lokale post te bedelen, dit wil zeggen binnen de school. Nochtans kan de server ook ingesteld worden om postbedeling over het internet toe te laten indien de school over een permanente internetverbinding beschikt. Clients worden geconfigureerd om e-mail bij de server af te leveren (via 'smarthost'), en gebruikers kunnen hun persoonlijke e-mail raadplegen via IMAP.

Alle diensten kunnen gebruikt worden met dezelfde gebruikersnaam en hetzelfde wachtwoord, dankzij de centrale gegevensbank voor authenticatie en autorisatie.

Om een beter prestatieniveau te bereiken, slaat een proxy-server vaak bezochte webpagina's lokaal op (Squid). In combinatie met de mogelijkheid om via de router bepaalde webtrafiek te blokkeren, biedt dit kansen om controle te houden over de toegang tot het internet van individuele machines.

De netwerkconfiguratie van de clientcomputers gebeurt automatisch met behulp van DHCP. Alle types clients kunnen verbonden worden met het private subnet 10.0.0.0/8 en zullen een overeenkomstig IP-adres toegewezen krijgen; LTSP-clients moeten verbonden worden met hun overeenkomstige LTSP-server via het afzonderlijke subnet 192.168.0.0/24 (dit is om te kunnen garanderen dat het netwerkverkeer van de LTSP-clients niet interfereert met de overige netwerkdiensten).

De centrale logboekdienst is zo geconfigureerd dat alle machines hun systeemlogboekberichten (syslog) naar de server zenden. De systeemlogboekdienst is ingesteld om enkel inkomende berichten van het lokale netwerk te aanvaarden.

De standaardinstelling van de DNS-server gaat uit van een domein dat uitsluitend intern gebruikt wordt (*.intern), totdat een echt ('extern') domein geconfigureerd kan worden. De DNS-server werkt als een cacheserver voor DNS, waardoor alle machines van het netwerk hem kunnen gebruiker als hun DNS-hoofdserver.

Leerlingen en leerkrachten krijgen de mogelijkheid om een website te publiceren. De webserver beschikt over mechanismen voor de authenticatie van gebruikers en voor het reserveren van de toegang tot bepaalde webpagina's of tot bepaalde submappen voor bepaalde gebruikers of gebruikersgroepen. Voor gebruikers is het mogelijk om dynamische webpagina's te maken, aangezien de webserver in functie daarvan programmeerbaar is.

Informatie over gebruikers en machines kan op één centrale plaats aangepast worden, en wordt automatisch toegankelijk gemaakt voor alle computers op het netwerk. In functie hiervan wordt een centrale registerdienst ontplooid. Het register bevat informatie over gebruikers, over gebruikersgroepen, over machines en over groepen van machines. Om bij gebruikers geen verwarring te zaaien, worden bestandsgroepen, mailinglijsten en netwerkgroepen op geen enkele manier verschillend behandeld. Dit heeft tot gevolg dat groepen van computers die samen een netwerkgroep vormen, dezelfde naamruimte gebruiken als gebruikersgroepen en mailinglijsten.

Het beheer van diensten en gebruikers gebeurt hoofdzakelijk via het web en volgt daarbij vastgelegde standaarden die goed functioneren in de met Skolelinux meegeleverde webbrowsers. Het administratiesysteem laat toe om bepaalde taken te delegeren naar individuele gebruikers of naar gebruikersgroepen.

Om mogelijke problemen met NFS te voorkomen en om het oplossen ervan te vergemakkelijken, moet de klok op elke machine gesynchroniseerd zijn. Daarom fungeert de Skolelinux-server als een NTP-server (Network Time Protocol) voor het lokale netwerk. Van hun kant worden alle werkstations en clientcomputers ingesteld om hun klok met die van de server te synchroniseren. De server zelf tracht zijn eigen klok via NTP te synchroniseren met machines op het internet. Dit garandeert een correcte tijdsaanduiding binnen het ganse netwerk.

Printers kunnen geplaatst worden waar dit het meest praktisch is. Ze kunnen ofwel rechtstreeks op het hoofdnetwerk aangesloten worden of aangekoppeld worden aan een server, een werkstation of een LTSP-server. Het recht van individuele gebruikers om toegang te hebben tot een printer, kan ingesteld worden op basis van de groepen waartoe zij behoren. Dit wordt geregeld via het instellen van een quotaregeling en toegangscontrole voor printers.

3.1.4. LTSP-server(s)

Een netwerk van Skolelinux kan veel LTSP-servers bevatten, welke geïnstalleerd worden door het profiel LTSP-server te selecteren.

De LTSP-servers staan ingesteld om systeemlogboekberichten (syslog) te ontvangen van thin clients en werkstations en om die door te sturen naar de centrale systeemlogboekdienst.

Merk op:

  • LTSP-schijfloze-werkstations gebruiken nu de op de server geïnstalleerde programma's.

  • Het basisbestandssysteem van de clients wordt via NFS aangeboden. Na elke wijziging aan de LTSP-server moet het betreffende image opnieuw gegenereerd worden. Voer daarvoor op de LTSP-server het commando ltsp image / uit.

3.1.5. Thin-clients

Een thin-clientopstelling laat toe om eenvoudige PC's te gebruiken als (X-)terminals. Dit houdt in dat de machine rechtstreeks wordt opgestart vanaf de server met behulp van PXE zonder gebruik te maken van de lokale harde schijf van de client. De thin-clientopstelling gebruikt nu X2Go, omdat ondersteuning door LTSP weggevallen is.

Thin clients zijn een goede manier om gebruik te maken van zeer oude (meestal 32-bits) machines, aangezien alle programma's die zij gebruiken op de LTSP-server uitgevoerd worden. Dit gaat als volgt in zijn werk: de dienst maakt gebruik van DHCP and TFTP om een netwerkverbinding te realiseren en over het netwerk op te starten. Nadien wordt vanaf de LTPS-server met NFS het bestandssysteem aangekoppeld, en tenslotte wordt de X2Go client gestart.

3.1.6. Schijfloze werkstations

Een schijfloos werkstation voert alle programma's uit op de PC, evenwel zonder dat er lokaal een besturingssysteem geïnstalleerd is. Dit houdt in dat clientcomputers opstarten via PXE zonder op een lokale harde schijf geïnstalleerde software uit te voeren.

Het systeem van schijfloze werkstations is een excellente manier om krachtige hardware te gebruiken met een even lage onderhoudskost als met thin clients. Software wordt beheerd en onderhouden op de server en er dient op de clientcomputers geen software geïnstalleerd te worden. Persoonlijke mappen en systeeminstellingen worden eveneens op de server opgeslagen.

3.1.7. Netwerkclients

De term 'netwerkclients' wordt in deze handleiding gebruikt om zowel te verwijzen naar thin clients als naar schijfloze werkstations en naar computers die onder Mac OS of onder Windows draaien.

3.2. Beheer

Alle Linuxmachines die met behulp van het installatiesysteem van Skolelinux geïnstalleerd werden, kunnen vanaf een centrale computer, meestal de centrale server, beheerd worden. Het is dan mogelijk om zich via SSH bij alle machines aan te melden en er volledige toegang toe te krijgen. Als systeembeheerder moet men eerst kinit uitvoeren om een Kerberos TGT te bekomen.

Alle gebruikersgegevens worden bijgehouden in een LDAP-register. Aanpassingen aan gebruikersaccounts worden in die gegevensbank ingevoerd. Clientcomputers doen er beroep op voor de authenticatie van gebruikers.

3.2.1. Installatie

Momenteel zijn er twee soorten installatiemedia-images: netinst en BD. Beide images kunnen ook opgestart worden vanaf een USB-stick.

Het is de bedoeling dat men eenmaal met behulp van om het even welk installatiemedium een server installeert en dat alle andere clients over het netwerk geïnstalleerd worden door ze vanaf het netwerk te laten opstarten.

Enkel bij het netinstall cd-image heeft men toegang tot het internet nodig tijdens het installatieproces.

Tijdens de installatie moet geen enkele vraag beantwoord worden, met uitzondering van de gewenste taal (bijvoorbeeld Noors Bokmål, Nynorsk, Sami, Nederlands) en het te installeren machineprofiel (hoofdserver, werkstation, LTSP-server). De rest van de configuratie wordt automatisch ingesteld op aannemelijke waarden. Na installatie kan de systeembeheerder deze instellingen zo nodig aanpassen vanaf een centrale plaats.

3.2.2. Configuratie van de toegang tot het bestandssysteem

Aan ieder gebruikersaccount van Skolelinux wordt een deel van het bestandssysteem op de bestandsserver toegewezen. Dit deel (de persoonlijke map) bevat de configuratiebestanden, de documenten, de e-mails en de webpagina's van die gebruiker. Sommige van die bestanden moeten ook door de andere gebruikers op het systeem gelezen kunnen worden, sommige moeten door iedereen op het internet gelezen kunnen worden en sommige mogen enkel door de gebruiker zelf gelezen kunnen worden.

Om een unieke naam te kunnen garanderen voor alle schijven die gebruikt worden voor de persoonlijke mappen van gebruikers of voor de gedeelde mappen en die verspreid kunnen zijn over de verschillende computers van het schoolnetwerk, kan men ze aankoppelen als /skole/host/directory/ (d.w.z. /skole/computernaam/mapnaam/) . Tijdens de installatie wordt op de bestandsserver initieel één map gemaakt, /skole/tjener/home0/, waaronder alle persoonlijke mappen aangemaakt worden. Extra mappen kunnen naar behoefte aangemaakt worden, naargelang de noden van specifieke gebruikersgroepen of van specifieke vormen van gebruik.

Opdat een gedeeld gebruik van bestanden binnen het in UNIX gangbare systeem van gebruiksrechten mogelijk zou zijn, moeten gebruikers deel uitmaken van bijkomende gemeenschappelijke groepen (zoals 'studenten') naast de primaire persoonlijke groep waartoe ze standaard behoren. Indien voor gebruikers een passende umask (002 of 007) geldt, waardoor de nieuwe bestanden die zij aanmaken, voor hun groep toegankelijk gemaakt worden, en indien voor de mappen waarin zij werken de setgid bit ingesteld staat, waardoor de bestanden erin aan de juiste groep toegewezen worden, krijgt men een gecontroleerd systeem van bestandsdeling tussen de leden van een welbepaalde groep.

Welke de initiële toegangsrechten van een nieuw aangemaakt bestand zijn, is een kwestie van beleidskeuzes. In Debian is de umask standaard 022 (hetgeen groepstoegang zoals hiervoor beschreven onmogelijk zou maken). Debian Edu daarentegen gebruikt een umask van 002. Dit betekent dat bestanden aangemaakt worden met leesrechten voor iedereen. Die kunnen nadien teniet gedaan worden mits uitdrukkelijke actie door de gebruiker. Deze gang van zaken kan bijgestuurd worden (door in het bestand /etc/pam.d/common-session) de umask op 007 te zetten. Dit houdt in: initieel geen leestoegang en de gebruiker moet actie ondernemen om zijn bestanden leesbaar te maken voor iedereen. De eerste benadering moedigt het delen van kennis aan en maakt het systeem transparanter, terwijl de tweede benadering het risico op het verspreiden van gevoelige informatie vermindert. Het zwakke punt van de eerste benadering is dat het voor de gebruiker niet duidelijk is dat het materiaal dat hij aanmaakt, voor alle andere gebruikers toegankelijk is. Hij kan dit enkel ontdekken door te gaan kijken in de persoonlijke mappen van andere gebruikers en vast te stellen dat hij die bestanden kan inkijken. Bij de tweede benadering bestaat het zwakke punt erin dat slechts weinig mensen geneigd zullen zijn om hun bestanden voor anderen open te stellen, zelfs al bevatten die geen gevoelige informatie en zou hun inhoud nuttig kunnen zijn om de nieuwsgierigheid te prikkelen van gebruikers naar hoe anderen bepaalde problemen opgelost hebben (in het bijzonder de aanpak inzake configuraties).

4. Vereisten

Skolelinux biedt keuze uit verschillende mogelijke opstellingen. Het kan geïnstalleerd worden op slechts één autonome computer, maar het kan ook een grootschalige centraal beheerde oplossing bieden aan een groep scholen in een bepaalde regio. Deze flexibiliteit vertaalt zich in grote verschillen inzake de configuratie van netwerkcomponenten, servers en clientmachines.

4.1. Vereisten inzake apparatuur

De betekenis van de verschillende profielen werd verduidelijkt in het hoofdstuk Architectuur van het netwerk.

(!) Indien het de bedoeling is om gebruik te maken van LTSP, raadpleeg dan de wiki-pagina over hardwarevereisten voor LTSP.

  • De computers met Debian Edu / Skolelinux moeten ofwel een 32-bits (Debian architectuur 'i386' met als oudste nog ondersteunde processors die uit de klasse 686) of een 64-bits (Debian architectuur 'amd64') processor van het type x86 hebben.

  • Een thin-client kan al functioneren met slechts 256 MiB RAM en een processorsnelheid van 400 MHz, hoewel meer RAM en een snellere processor aanbevolen worden.

  • Voor werkstations, schijfloze werkstations en autonome systemen gelden als absolute minimumvereisten: 1500 MHz en 1024 MiB RAM. Om een moderne webbrowser en LibreOffice te kunnen gebruiken, wordt minstens 2048 MiB RAM aanbevolen.

  • De minimale benodigde schijfruimte is afhankelijk van het geïnstalleerde profiel:

    • combinatie van hoofdserver + LTSP-server: 60 GiB. (plus extra opslagruimte voor gebruikersaccounts).

    • LTSP-server: 40 GiB.

    • werkstations en autonome computers: 30 GiB.

  • Als men de standaardarchitectuur voor het netwerk aanhoudt, moet men LTSP-servers uitrusten met twee netwerkkaarten:

    • eth0 is verbonden met het hoofdnetwerk (10.0.0.0/8),

    • eth1 wordt gebruikt om LTSP-clients te bedienen.

  • Laptops zijn mobiele werkstations. Voor hen gelden dus dezelfde vereisten als voor werkstations.

4.2. Compatibele apparatuur

Een lijst met geteste apparatuur vindt u op https:/wiki.debian.org/DebianEdu/Hardware/. Deze lijst is evenwel verre van volledig. :)

Op https:/wiki.debian.org/InstallingDebianOn worden de resultaten gebundeld van inspanningen om te documenteren hoe men op bepaalde specifieke apparatuur Debian kan installeren, configureren en gebruiken. Potentiële kopers van dergelijke apparatuur kunnen zo vooraf nagaan of deze ondersteund wordt, en bezitters ervan hoe ze er optimaal gebruik van kunnen maken.

5. Vereisten voor de netwerkopstelling

5.1. Standaardopstelling

Wanneer u zich houdt aan de standaard netwerkarchitectuur, gelden de volgende regels:

  • Er moet exact één hoofdserver zijn, de tjener genaamd.

  • Er kunnen honderden werkstations aangesloten worden op het hoofdnetwerk.

  • U kunt veel LTSP-servers aansluiten op het hoofdnetwerk. In LDAP werden twee verschillende subnetten vooraf geconfigureerd (DNS, DHCP) en er kunnen er nog meer aan toegevoegd worden.

  • Elke LTSP server ondersteunt een subnetwerk waarop honderden thin clients en/of schijfloze werkstations aangesloten kunnen worden.

  • U kunt daarnaast nog gebruik maken van honderden andere machines waaraan een dynamisch IP-adres toegekend zal worden.

  • Om toegang te krijgen tot het internet moet u gebruik maken van een router/gateway (zie hierna).

5.2. Internet router

Een router/gateway wiens externe netwerkkaart verbonden wordt met het internet en wiens interne netwerkkaart het IP-adres 10.0.0.1 met netmask 255.0.0.0 toegewezen krijgt, is noodzakelijk om een internetverbinding tot stand te brengen.

De router mag niet fungeren als DHCP-server. Er mag een DNS-server op draaien, al is dit niet nodig. Hij zal trouwens niet gebruikt worden.

Indien u reeds over een router beschikt, maar niet in de mogelijkheid verkeert om hem te configureren zoals het moet (omdat het u niet toegestaan wordt of omwille van technische redenen), kunt u van een oudere computer met twee netwerkkaarten een gateway tussen het bestaande netwerk en dat van Debian Edu maken.

Een eenvoudige werkwijze is om op deze computer Debian Edu te installeren; selecteer tijdens de installatie het profiel 'Minimal'.

Na de installatie:

  • Pas het bestand /etc/network/interfaces aan.

  • Verander de hostname (computernaam) definitief in 'gateway'.

  • Verwijder overtollige scripts.

  • Maak IP forwarding en NAT mogelijk voor het 10.0.0.0/8 netwerk.

  • Eventueel kunt u er ook een firewall en/of gereedschap voor het regelen van het volume van het dataverkeer op installeren.

 #!/bin/sh
 # Van een systeem met het profiel 'Minimal' een gateway/firewall maken. 
 #
 sed -i 's/auto eth0/auto eth0 eth1/' /etc/network/interfaces
 sed -i '/eth1/ s/dhcp/static/' /etc/network/interfaces
 sed -i '/post-up/d' /etc/network/interfaces
 echo 'address 10.0.0.1' >> /etc/network/interfaces
 echo 'dns-nameservers 10.0.2.2' >> /etc/network/interfaces
 echo 'dns-domain intern' >> /etc/network/interfaces
 hostname -b gateway
 hostname > /etc/hostname
 rm -f /etc/dhcp/dhclient-exit-hooks.d/hostname
 rm -f /etc/dhcp/dhclient-exit-hooks.d/wpad-proxy-update
 rm -f /etc/dhcp/dhclient-exit-hooks.d/fetch-ldap-cert
 rm -f /etc/network/if-up.d/wpad-proxy-update
 sed -i 's/domain-name,//' /etc/dhcp/dhclient-debian-edu.conf
 sed -i 's/domain-search,//' /etc/dhcp/dhclient-debian-edu.conf
 service networking stop
 service networking start
 sed -i 's#NAT=#NAT="10.0.0.0/8"#' /etc/default/enable-nat
 service enable-nat restart
 # Misschien wilt u een firewall (shorewall of ufw) en traffic shaping (dataverkeersregeling).
 #apt update
 #apt install shorewall
 # or
 #apt install ufw
 #apt install wondershaper  

Indien u iets zoekt voor een ingebouwd type router of toegangspunt, raden we u OpenWRT aan, hoewel u er uiteraard ook de originele firmware op kunt laten staan. De originele firmware gebruiken is eenvoudiger; OpenWRT gebruiken geeft u meer keuzemogelijkheden en meer controle. Op de website van OpenWRT kunt u een lijst vinden van ondersteunde hardware.

Het is mogelijk om een andere netwerkopstelling te gebruiken (er bestaat een vastgelegde werkwijze om dit te doen), maar indien u niet gedwongen wordt door een reeds bestaande netwerkinfrastructuur om dit te doen, raden we u dit af en bevelen wij u aan om het bij de standaard netwerkarchitectuur te houden.

6. Installatie- en downloadopties

6.1. Waar u bijkomende informatie kunt vinden

Alvorens u begint met het installeren van een systeem voor productiedoeleinden, raden we u aan eerst de Notities bij de release van Debian Bullseye te lezen of er op zijn minst eens naar te kijken. Meer informatie over de uitgave van Bullseye is te vinden in de installatiehandleiding.

Probeer Debian Edu/Skolelinux maar gerust uit. Het werkt gewoon vanzelf. :-)

Het verdient evenwel aanbeveling om de hoofdstukken over hardware- en netwerkvereisten en over de architectuur te lezen voor u een hoofdserver begint te installeren.

/!\ Zorg er ook voor om het hoofdstuk aan de slag van deze handleiding te lezen, want daarin staat uitgelegd hoe u zich voor de eerste maal bij het systeem moet aanmelden.

6.2. Downloaden van de installatiemedia voor Debian Edu 11, codenaam Bullseye

6.2.1. amd64 of i386

amd64 en i386 zijn de namen van twee Debian-architecturen voor de x86-CPU's. Allebei worden of werden gemaakt door AMD, Intel en andere fabrikanten. amd64 is een 64-bits architectuur en i386 een 32-bits architectuur. Tegenwoordig moeten nieuwe installaties gebeuren met amd64. i386 moet enkel nog gebruikt worden voor oude hardware.

6.2.2. netinst iso-images voor amd64 en i386

Het netinst iso-image kan gebruikt worden voor een installatie vanaf cd/dvd of vanaf USB-stick. Het is beschikbaar voor twee Debian-architecturen: amd64 en i386. Zoals uit de naam af te leiden valt, is toegang tot het internet nodig voor de installatie.

Nadat Bullseye vrijgegeven zal zijn, zullen deze images gedownload kunnen worden van:

6.2.3. BD iso-images voor i386 en amd64

Dit ISO-image is ongeveer 5 GB groot en kan gebruikt worden voor het installeren van amd64- en i386-computers, ook zonder internettoegang. Net als het netinst-image kan het op een USB-stick of op een schijf met voldoende opslagcapaciteit geplaatst worden.

Nadat Bullseye vrijgegeven zal zijn, zullen deze images gedownload kunnen worden van:

6.2.4. Verifiëren van de gedownloade image-bestanden

Een onderdeel van de Debian-CD FAQ bevat gedetailleerde instructies voor het verifiëren van deze images.

6.2.5. Broncode

De broncode kunt u vinden in het Debian-archief op de gebruikelijke locaties. Er is een link naar verschillende media beschikbaar op https://get.debian.org/cdimage/release/current/source/

6.3. Een cd / dvd per e-mail aanvragen

Aan wie niet de beschikking heeft over een snelle internetverbinding bieden we de mogelijkheid aan om een cd of dvd per post te ontvangen voor de prijs van de portokosten en de cd of dvd. U dient enkel een e-mail te sturen naar cd@skolelinux.no en wij zullen contact opnemen om met u de modaliteiten van betaling (voor de portokosten en de media) af te spreken. :) Denk eraan in uw e-mailbericht het adres te vermelden waar we de cd of de dvd naartoe moeten sturen.

6.4. Debian Edu installeren

Wanneer u een installatie van Debian Edu uitvoert, heeft u enkele keuzemogelijkheden. Wees niet bevreesd. Het zijn er niet veel. We hebben veel geïnvesteerd om de complexiteit van Debian tijdens de installatie en nadien verborgen te houden. Niettemin, Debian Edu is Debian, en indien u dit wenst, heeft u de keuze uit meer dan 57.000 pakketten en een miljard configuratieopties. Voor de meerderheid van onze gebruikers zouden de standaardinstellingen moeten voldoen. Merk op: kies voor een lichtgewicht grafische werkomgeving, indien u zinnens bent LTSP te gebruiken.

6.4.1. Scenario's voor de installatie van de hoofdserver

  1. Een gangbaar school- of thuisnetwerk met internettoegang via een router die DHCP aanbiedt:

    • Installation of a main server is possible, but after reboot there will be no Internet access (due to primary network interface IP 10.0.2.2/8).

    • Raadpleeg het hoofdstuk Internetrouter voor informatie over het opzetten van een gateway als het niet mogelijk is om een bestaand exemplaar volgens de vereisten te configureren.

    • Verbind alle componenten zoals geïllustreerd wordt in het hoofdstuk architectuur.

    • De hoofdserver zou toegang tot het internet moeten hebben nadat hij voor de eerste keer opgestart werd in de correcte omgeving.

  2. Een gangbaar netwerk voor een school of een instelling, vergelijkbaar met dat hiervoor, maar waarbij het gebruik van een proxy vereist is.

    • Voeg 'debian-edu-expert' toe aan de commandoregel van de kernel. Zie hierna voor meer informatie over hoe u dit doet.

    • Enkele bijkomende vragen moeten beantwoord worden, met inbegrip van die welke betrekking heeft op de proxyserver.

  3. Netwerk met een router/gateway met IP-adres 10.0.0.1/8 (die niet voorziet in een DHCP-server) en internettoegang:

    • Van zodra de automatisch netwerkconfiguratie mislukt (omdat er geen DHCP is), kiest u voor de handmatige netwerkconfiguratie.

      • Geef 10.0.2.2/8 op als IP-adres van de computer

      • Geef 10.0.0.1 op als IP-adres van de gateway

      • Geef 8.8.8.8 op als IP-adres van de naamserver, tenzij u het adres kent

    • Na de eerste opstart zou de hoofdserver gewoon moeten functioneren.

  4. Offline (zonder internettoegang):

    • Gebruik het BD ISO-image.

    • Zorg ervoor dat alle (echte/virtuele) netwerkkabels losgekoppeld zijn.

    • Kies 'Het netwerk nu niet configureren' (nadat DHCP er niet in slaagde het netwerk te configureren en u op 'Doorgaan' drukte).

    • Werk het systeem bij nadat u het voor de eerste keer opstartte in de correcte omgeving met internettoegang.

6.4.2. Desktop environments

Several desktop environments are available:

  • Xfce heeft een voetafdruk die lichtjes groter is dan die van LXDE, maar biedt een zeer goede taalondersteuning (106 talen).

  • KDE en GNOME hebben beide een goede taalondersteuning, maar hebben een te zware voetafdruk voor oudere computers en voor LTSP-clients.

  • Cinnamon is a lighter alternative to GNOME.

  • MATE is lighter than the three above, but is missing good language support for several countries.

  • LXDE heeft de kleinste voetafdruk en biedt ondersteuning voor 35 talen.

  • LXQt is a lightweight desktop environment (language support similar to LXDE) with a more modern look and feel (based on Qt just like KDE).

Debian Edu as an international project has chosen to use Xfce as the default desktop environment; see below how to set a different one.

6.4.3. Modulaire installatie

  • Indien u een systeem installeert met het profiel Werkstation, dan worden een heleboel programma's voor het onderwijs geïnstalleerd. Wilt u enkel het basisprofiel installeren, verwijder dan de kernel-commandoregelparameter desktop=xxxx voor u met de installatie begint. Zie hieronder voor verdere details over hoe dit moet gebeuren. Dit laat toe om een locatiespecifiek systeem te installeren en kan gebruikt worden om testinstallaties te versnellen.

  • Please note: If you want to install a desktop environment afterwards, don't use the Debian Edu meta-packages like e.g. education-desktop-mate because these would pull in all education related programs; rather install e.g. task-mate-desktop instead. One or more of the new school level related meta-packages education-preschool, education-primaryschool, education-secondaryschool, education-highschool could be installed to match the use case.

  • Raadpleeg voor details over de meta-pakketten van Debian Edu de overzichtspagina van pakketten van Debian Edu.

6.4.4. Installatietypes en downloadopties

Opstartmenu van het installatieprogramma op 64-bits hardware

Opstartmenu van het 64-bits installatieprogramma

Graphical install gebruikt het grafische GTK-installatieprogramma waarin u de muis kunt gebruiken.

Install gebruikt de tekstmodus.

Advanced options > biedt een sub-menu met meer uitgebreide keuzemogelijkheden.

Help geeft aanwijzingen bij het gebruik van het installatieprogramma. Zie de schermafdrukken hieronder.

Scherm 1 met opties voor gevorderden van het 64-bits installatieprogramma

Back.. brengt u terug naar het hoofdmenu.

Graphical expert install legt alle beschikbare vragen voor; de muis kan gebruikt worden.

Graphical rescue mode doet dit installatiemedium als een reparatie-cd fungeren, zodat u noodbewerkingen kunt uitvoeren.

Graphical automated install heeft een bestand nodig waarmee een aantal configuratieopties aan het installatieprogramma doorgegeven worden. De grafische modus wordt gebruikt.

Expert install legt alle beschikbare vragen voor en gebruikt de tekstmodus.

Rescue mode tekstmodus; doet dit installatiemedium als een reparatie-cd fungeren, zodat u noodbewerkingen kunt uitvoeren.

Automated install tekstmodus; heeft een bestand nodig waarmee een aantal configuratieopties aan het installatieprogramma doorgegeven worden.

Hulpscherm

Hulpscherm van het installatieprogramma

Dit hulpscherm vraagt geen nadere uitleg. Het maakt de <F>-toetsen van het toetsenbord actief om meer uitgebreide hulp te krijgen in verband met het behandelde onderwerp.

Opstartparameters voor installaties toevoegen of wijzigen

In beide gevallen kunt u de opstartopties van het installatiesysteem bewerken door in het opstartmenu op de TAB-toets te drukken. Op de schermafdruk ziet u de commandoregel van de Grafische installatie.

Opties voor de commandoregel bewerken

  • U kunt een bestaande HTTP proxydienst op het netwerk gebruiken om de installatie van het hoofdserverprofiel vanaf een cd te versnellen. Geef bijvoorbeeld mirror/http/proxy=http://10.0.2.2:3128/ als bijkomende opstartparameter op.

  • Indien u de installatie van het hoofdserverprofiel reeds voltooid heeft, moet u de andere installaties via PXE laten verlopen. Zo wordt automatisch de proxydienst van de hoofdserver gebruikt.

  • To install the GNOME desktop environment instead of the default Xfce desktop environment, replace xfce with gnome in the desktop=xfce parameter.

  • To install the LXDE desktop environment instead, use desktop=lxde.

  • To install the LXQt desktop environment instead, use desktop=lxqt.

  • To install the KDE Plasma desktop environment instead, use desktop=kde.

  • To install the Cinnamon desktop environment instead, use desktop=cinnamon.

  • And to install the MATE desktop environment instead, use desktop=mate.

6.4.5. Het installatieproces

Houd rekening met de systeemvereisten en zorg ervoor dat er minstens twee netwerkkaarten (NIC's) aanwezig zijn, indien u van plan bent om een LTSP-server te installeren.

  • Kies een taal (voor de installatie en voor het geïnstalleerd systeem)

  • Kies een plaats. Meestal is dit de plaats waar u woont.

  • Kies een toetsenbordindeling (meestal is de standaard toetsenbordindeling voor uw land oké).

  • Kies (een) profiel(en) uit de volgende lijst:

    • Hoofdserver

      • Dit is de hoofdserver (tjener) van uw school, waarop alle diensten klaar voor gebruik vooraf geconfigureerd worden. U mag slechts één hoofdserver per school installeren! Dit profiel voorziet niet in een grafische gebruikersomgeving. Indien u wel een grafische gebruikersomgeving wenst op de hoofdserver, dan dient u bijkomend het profiel werkstation of LTSP-server te installeren.

    • Werkstation

      • Dit is een computer die, zoals een gewone computer, opstart vanaf de lokale harde schijf, alle programma's lokaal uitvoert en alle apparaten vanaf de lokale computer aanspreekt. Enkel de authenticatie van de gebruikers gebeurt door de hoofdserver en daarop worden ook hun bestanden en de configuratie van hun werkomgeving opgeslagen.

    • Mobiel werkstation

      • Is hetzelfde als een werkstation, maar is in staat om authenticatie uit te voeren met behulp van lokaal opgeslagen verificatie-informatie, zodat het ook buiten het schoolnetwerk gebruikt kan worden. De bestanden van de gebruiker en de configuratie van diens werkomgeving worden op de lokale harde schijf bewaard. In tegenstelling tot het advies dat we in eerdere uitgaven van Skolelinux gaven, moet u voor persoonlijke notebooks en laptops dit profiel kiezen en niet het profiel 'werkstation' of het profiel 'autonome computer'.

    • LTSP-server

      • Een server voor thin-clients (en schijfloze werkstations) wordt LTSP-server genoemd. Clients zonder harde schijf starten op en voeren programma's uit vanaf deze server. Deze computer moet twee netwerkkaarten hebben, veel geheugen en idealiter meer dan één processor of meerdere processorkernen. Raadpleeg het hoofdstuk over netwerkclients voor meer informatie. Indien u dit profiel kiest, wordt ook automatisch het profiel werkstation geactiveerd (zelfs als u het niet expliciet selecteert) - een LTSP-server kan steeds ook als werkstation dienst doen.

    • Autonome computer

      • Een gewone computer die geen hoofdserver nodig heeft om te kunnen functioneren. Hij heeft dus geen netwerk nodig. Ook geschikt voor laptops.

    • Minimaal

      • Met dit profiel worden enkel de pakketten van het basissysteem geïnstalleerd en wordt de machine nadien geconfigureerd om deel uit te maken van het netwerk van Debian Edu. Er worden geen diensten en geen toepassingssoftware op geïnstalleerd. Een computer met een dergelijk profiel is nuttig om dienst te doen als platform voor een specifieke dienst die men van de hoofdserver manueel daarnaartoe verhuist.

    De profielen Hoofdserver, Werkstation en LTSP-server staan voorgeselecteerd. Deze profielen kunnen samen op één machine geïnstalleerd worden indien u een zogenaamde gecombineerde hoofdserver wilt installeren. Dit betekent dat de hoofdserver tegelijk ook een LTSP-server zal zijn en als werkstation gebruikt kan worden. Dit staat ingesteld als standaardkeuze, omdat we ervan uitgaan dat de meeste mensen dit wensen. Denk eraan dat een machine die als gecombineerde hoofdserver of als LTSP-server dienst zal doen over 2 netwerkkaarten moet beschikken om na installatie bruikbaar te zijn.

  • Kies 'ja' of 'neen' bij de vraag in verband met automatische schijfindeling. Weet dat 'ja' antwoorden alle gegevens op de harde schijf wist! 'Neen' antwoorden anderzijds, brengt meer werk met zich mee. U zult er op moeten toezien dat de benodigde partities aangemaakt worden en groot genoeg zijn.

  • Wij hebben graag dat u 'ja' antwoordt op de vraag of informatie mag doorgestuurd worden naar http://popcon.debian.org/. Dit laat ons toe om een beter inzicht te verwerven in welke pakketten populair zijn en zeker behouden moeten blijven in toekomstige uitgaves. U bent er uiteraard niet toe verplicht, maar u kunt er ons op een eenvoudige manier mee helpen. :)

  • Heb wat geduld. Indien het profiel LTSP-server een van de geselecteerde profielen is, zal het installatiesysteem op het einde behoorlijk wat tijd nodig hebben bij de melding 'De installatie afronden - Bezig met het uitvoeren van debian-edu-profile-udeb...'

  • Nadat u het beheerderswachtwoord hebt ingevoerd, zal men u vragen om een gebruikersaccount aan te maken 'voor andere taken dan die van systeembeheer'. Voor Debian Edu is dit een zeer belangrijk account: met dit account zult u het netwerk van Skolelinux beheren.

    /!\ Het wachtwoord van deze gebruiker moet minstens 5 tekens lang zijn en moet verschillen van de gebruikersnaam - anders wordt zich aanmelden onmogelijk (ook al zal het installatieprogramma een korter wachtwoord en een wachtwoord dat identiek is aan de gebruikersnaam aanvaarden).

  • Wait again in case of a combined main server after rebooting the system. It will spend quite some time generating the SquashFS image for diskless workstations.

  • In case of a separate LTSP server, the diskless workstation and/or thin client setup needs some manual steps. For details, see the Network clients HowTo chapter.

6.4.6. Aantekeningen bij enkele specifieke kenmerken

6.4.6.1. Een aantekening over notebooks

Meest voor de hand liggend is dat u hiervoor het profiel 'Mobiel werkstation' kiest (zie eerder). U dient wel te weten dat alle gegevens lokaal bewaard worden. (Besteed dus extra zorg aan backups). Er wordt ook lokaal een spiegelkopie met de aanmeldingsinformatie bijgehouden. (Indien u dus uw wachtwoord wijzigt op het schoolnetwerk, zult u op uw laptop nog steeds uw oude wachtwoord moeten gebruiken, totdat u uw laptop opnieuw aansluit op het schoolnetwerk en u daar aanmeldt met uw nieuwe wachtwoord.)

6.4.6.2. Een opmerking bij installaties met het image voor USB-stick / blu-rayschijf

Na een installaties met het image voor USB-stick / blu-rayschijf, zal het bestand /etc/apt/sources.list enkel dat medium vermelden als pakketbron. Indien u over een internetverbinding beschikt, raden we u ten stelligste aan om aan het bestand de volgende regels toe te voegen, zodat eventuele veiligheidsupdates toegepast kunnen worden:

deb http://deb.debian.org/debian/ bullseye main 
deb http://security.debian.org/debian-security/ bullseye-security main 
6.4.6.3. Een aantekening bij installaties via cd

A netinst installation (which is the type of installation our CD provides) will fetch some packages from the CD and the rest from the net. The amount of packages fetched from the net varies from profile to profile but stays below a gigabyte (unless you choose to install all possible desktop environments). Once you have installed the main-server (whether a pure main-server or combi-server does not matter), further installation will use its proxy to avoid downloading the same package several times from the net.

6.4.7. Installaties vanaf een USB-stick en niet vanaf een cd / blu-rayschijf

Het is mogelijk om een .iso image voor cd/BD rechtstreeks te kopiëren naar een USB-stick (ook soms aangeduid met de term 'USB flash drive') en hiervan op te starten. Geef eenvoudigweg volgende opdracht, waarbij u de bestandsnaam en de naam aanpast aan uw specifieke situatie:

sudo cat debian-edu-amd64-XXX.iso > /dev/sdX

Om de waarde van X te bepalen, moet u het volgende commando uitvoeren voor en na het plaatsen van het USB-apparaat in de USB-poort:

lsblk -p

Merk op dat het kopiëren heel wat tijd in beslag zal nemen.

Afhankelijk van het gebruikte image, zal de USB-stick zich gedragen als een cd of een blu-rayschijf.

6.4.8. Installeren en opstarten over het netwerk via PXE

For this installation method it is required that you have a running main server. When clients boot via the network, an iPXE menu with installer and boot selection options is displayed. If PXE installation fails with an error message claiming a XXX.bin file is missing, then most probably the client's network card requires nonfree firmware. In this case the Debian Installer's initrd must be modified. This can be achieved by executing the command: /usr/share/debian-edu-config/tools/pxe-addfirmware on the server.

Indien u koos voor een Hoofdserver met uitsluitend het hoofdserverprofiel, ziet het menu van iPXE er zo uit:

width=400

This is how the iPXE menu looks with the LTSP Server profile:

width=400

Om de grafische werkomgeving van uw keuze te installeren in plaats van die welke standaard ingesteld staat, drukt u op TAB om de opstartparameters van de kernel te bewerken (zoals hierboven uitgelegd).

Een dergelijke opstelling laat toe om ook schijfloze werkstations en thin clients over het hoofdnetwerk op te starten. Anders dan het geval is bij werkstations en afzonderlijke LTSP-servers, moet u schijfloze werkstations niet ingeven in LDAP met GOsa².

U vindt bijkomende informatie over netwerkclients in het hoofdstuk HowTo voor netwerkclients.

6.4.9. PXE-installaties aanpassen

Een PXE-installatie geeft via een bestand een aantal configuratieopties door aan het installatieprogramma van Debian. Dit bestand met configuratieopties kan aangepast worden om de installatie van bijkomende pakketten te vragen.

Voeg aan het bestand tjener:/etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat een regel toe in de zin van

d-i    pkgsel/include string mijn-extra-pakket(ten)

Een PXE-installatie gebruikt het bestand /srv/tftp/debian-edu/install.cfg en het bestand dat de voorgeprogrammeerde configuratieopties bevat, /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat. Door deze bestanden te bewerken kunt u het voorgeprogrammeerde installatieproces beïnvloeden en op die manier vermijden dat u bij een installatie over het netwerk een groter aantal vragen moet beantwoorden. U kunt dit effect ook nog op een andere manier bereiken, namelijk door extra instellingen op te nemen in de bestanden /etc/debian-edu/pxeinstall.conf en /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat.local. Nadien moet u de opdracht /usr/sbin/debian-edu-pxeinstall uitvoeren om de aangebrachte aanpassingen effectief te maken.

Bijkomende informatie vindt u in de handleiding bij het installatieprogramma van Debian.

Om de proxyserver uit te schakelen of diens gedrag aan te passen bij een installatie via PXE, moet u in het bestand tjener:/etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat de regels met mirror/http/proxy, mirror/ftp/proxy en preseed/early_command aanpassen. Om het gebruik van een proxyserver uit te schakelen, zet u een '#' aan het begin van de eerste twee regels en moet u het gedeelte met de tekst 'export http_proxy="http://webcache:3128"; ' wissen in de laatste regel.

Some settings can not be preseeded because they are needed before the preseeding file is downloaded. These are configured in the PXElinux-based boot arguments available from /srv/tftp/debian-edu/install.cfg. Language, keyboard layout and desktop environment are examples of such settings.

6.4.10. Images op maat

Zelf een installatie-cd, -dvd of -blu-ray-schijf op maat aanmaken hoeft helemaal niet moeilijk te zijn, aangezien we het installatieprogramma van Debian gebruiken met zijn modulair ontwerp en nog andere fijne eigenschappen. In een bestand met voorgeprogrammeerde configuratieopties kunt u de antwoorden meegeven op vragen die u anders tijdens het installatieproces zouden gesteld worden.

Het enige wat u dus moet doen is een bestand maken met uw voorgeprogrammeerde configuratieopties (hoe u dit doet, wordt uitgelegd in de bijlage bij de installatiehandleiding voor Debian) en uw eigen cd/dvd op maat aanmaken.

6.5. Rondleiding langs enkele schermafdrukken

Een installatie in tekstmodus is functioneel identiek aan een installatie in grafische modus. Ze verschillen enkel van uitzicht. In de grafische modus kunt u de muis gebruiken en natuurlijk ziet die er ook mooier en moderner uit. Tenzij de apparatuur problemen zou geven, is er geen enkele reden om de grafische modus niet te gebruiken.

Hier volgt dus een rondleiding langs enkele schermafdrukken van een 64-bits grafische installatie van Hoofdserver + Werkstation + LTSP-server, van het scherm dat u te zien krijgt als u de hoofdserver voor het eerst opstart, en van het scherm dat u ziet bij het opstarten via PXE van een computer op het netwerk voor LTSP-clients (scherm van een thin-clientsessie - en login-scherm nadat rechts de sessie aangeklikt werd).

01-Installer_64bit_boot_menu.png

02-select_a_language.png

03-select_your_location.png

04-Configure_the_keyboard.png

05-Detect_network_hardware.png

06-Choose_Debian_Edu_profile.png

07-Really_use_the_automatic_partitioning_tool_0.png

08-Really_use_the_automatic_partitioning_tool_1.png

09-Participate_in_the_package_usage_survey_0.png

10-Participate_in_the_package_usage_survey_1.png

11-Set_up_users_and_passwords_root.png

12-Set_up_users_and_passwords_user_full_name.png

13-Set_up_users_and_passwords_username.png

14-Set_up_users_and_passwords_user_password.png

21-Finish_the_Installation-Installation_complete.png

Lightdm-aanmeldscherm op tjener

Xfce met Browser

Xfce grafische werkomgeving

Thin-client-welkomstscherm

Thin-client-loginscherm

7. Aan de slag

7.1. Wat u zeker moet doen om aan de slag te kunnen gaan

During installation of the main server a first user account was created. In the following text this account will be referenced as "first user". This account is special, as the home directory permission is set to 700 (so chmod o+x ~ is needed to make personal web pages accessible), and the first user can use sudo to become root.

Raadpleeg de informatie over de voor Debian Edu specifieke configuratie van de bestandssysteemtoegang voor u begint met het toevoegen van gebruikers. Pas ze zo nodig aan overeenkomstig het beleid op uw locatie.

De eerste dingen die u als eerste gebruiker te doen staan na de installatie:

  1. Log in op de server.

  2. Voeg gebruikers toe met GOsa².

  3. Add workstations with GOsa².

Hierna gaan we meer in detail in op het toevoegen van gebruikers en werkstations. Lees dus alstublieft dit hoofdstuk volledig. Het beschrijft hoe u deze onontbeerlijke stappen op een correcte manier kunt zetten, en het behandelt ook nog andere taken die iedereen wellicht zal moeten uitvoeren.

Elders in deze handleiding is hierover meer informatie te vinden: iedereen die vertrouwd is met eerdere uitgaves zou het hoofdstuk Nieuwe functionaliteit in Bullseye moeten lezen. En wie van een eerdere versie opwaardeert, moet zeker het hoofdstuk Opwaarderingen lezen.

/!\ Indien het algemeen uitgaand DNS-verkeer voor uw netwerk geblokkeerd wordt en indien u een specifieke DNS-server nodig heeft om internetadressen op te zoeken, dient u de DNS-server de instructie te geven om die server te gebruiken als zijn 'verzender' (forwarder). Pas daartoe het bestand /etc/bind/named.conf.options aan en vermeld daarin het IP-adres van de DNS-server die gebruikt moet worden.

Het hoofdstuk HowTo geeft nog meer handige wenken en behandelt ook enkele veel voorkomende vragen.

7.1.1. De diensten op de hoofdserver

Op de hoofdserver zijn verschillende diensten actief die via een handige webinterface beheerd kunnen worden. Hierna behandelen we elk van deze diensten afzonderlijk.

7.2. Inleiding in GOsa²

GOsa² is een op het web gebaseerd hulpmiddel voor het beheer van een aantal belangrijke onderdelen van uw configuratie van Debian Edu. Met GOsa² doet u het beheer (toevoegen, wijzigen of verwijderen) van de volgende hoofdgroepen:

  • Gebruikersbeheer

  • Het beheer van groepen

  • NIS Netgroup Administration

  • Het beheer van machines

  • Het DNS-beheer

  • Het DHCP-beheer

Om het programma GOsa² te kunnen gebruiken is de hoofdserver van Skolelinux nodig en een (client)systeem waarop een webbrowser geïnstalleerd staat. Dit kan de hoofdserver zelf zijn indien u hem als een zogenaamde gecombineerde server (hoofdserver + LTSP-server + werkstation) hebt geïnstalleerd.

Indien u (misschien onbedoeld) een zuiver hoofdserver-profiel geïnstalleerd heeft en niet onmiddellijk een clientcomputer met een webbrowser bij de hand hebt, kunt u er gemakkelijk een minimale grafische werkomgeving op installeren. Als eerste gebruiker (de gebruiker die u aanmaakte tijdens de installatie van de hoofdserver) geeft u daartoe aan de commandolijn in een (niet-grafische) shell de volgende reeks opdrachten:

  $ sudo apt update
  $ sudo apt install task-desktop-xfce lightdm education-menus
  ### geef na installatie de opdracht 'sudo service lightdm start'
  ### login als eerste gebruiker

Geef uw webbrowser het volgende adres (URL) op: https://www/gosa. Dit opent het toegangsscherm voor GOsa². Meld u daar aan als de eerste gebruiker.

  • Indien u een vers geïnstalleerde computer met Debian Edu Bullseye gebruikt, zal de browser het certificaat van de site kennen.

  • Anders krijgt u een foutmelding over een ongeldig SSL-certificaat. Indien u er zeker van bent dat u op dat ogenblik de enige gebruiker bent op het netwerk, kunt u de browser gerust opdragen de foutmelding te negeren en het certificaat te accepteren.

7.2.1. Zich aanmelden bij GOsa² en de overzichtspagina

Overzichtspagina van GOsa² na het aanmelden als de eerste gebruiker

Nadat u zich bij GOsa² aangemeld heeft, krijgt u de overzichtspagina van het programma.

Vervolgens kunt u in het menu of via het aanklikken van een icoon op de overzichtspagina een taak kiezen. Voor navigatiedoeleinden raden we u het gebruik aan van het menu aan de linkerkant van het scherm, aangezien dat zichtbaar blijft zolang u met de beheerstaken bezig bent, ongeacht op welke specifieke pagina van GOsa² u zich bevindt.

In Debian Edu, account, group, and system information is stored in an LDAP directory. This data is used not only by the main server, but also by the (diskless) workstations, the LTSP servers and other machines on the network. With LDAP, account information about students, teachers, etc. only needs to be entered once. After information has been provided in LDAP, the information will be available to all systems on the whole Skolelinux network.

GOsa² is een hulpmiddel voor beheerders dat gebruik maakt van LDAP om informatie op te slaan en in een hiërarchisch opgebouwde departementale structuur te ordenen. Binnen elk 'departement' kunt u gebruikersaccounts, groepen, systemen, netgroepen, enzoverder toevoegen. Rekening houdend met de organisatiestructuur van uw instelling, kunt u gebruik maken van het departementaal gestructureerde GOsa²/LDAP om die organisatiestructuur over te nemen in de gegevensboom van LDAP op de hoofdserver van Debian Edu.

A default Debian Edu main server installation currently provides two "departments": Teachers and Students, plus the base level of the LDAP tree. Student accounts are intended to be added to the "Students" department, teachers to the "Teachers" department; systems (servers, workstations, printers etc.) are currently added to the base level. Find your own scheme for customising this structure. (You can find an example how to create users in year groups, with common home directories for each group in the HowTo/AdvancedAdministration chapter of this manual.)

Afhankelijk van de taak waaraan u wenst te werken (gebruikersbeheer, groepsbeheer, machinebeheer, enzovoort), zal GOsa² u een aangepast zicht geven op het gekozen departement (of op het basale niveau).

7.3. Gebruikersbeheer met GOsa²

Klik eerst op 'Users' (Gebruikers) in het linker navigatiemenu. De rechterzijde van het scherm wijzigt en toont nu een tabel met de mappen 'Students' (Studenten) en 'Teachers' (Leerkrachten) en het account van beheerder van GOsa² (de eerst aangemaakte gebruiker). Boven deze tabel ziet u een veld met de naam Base. Hiermee kunt u navigeren in de boomstructuur (beweeg de muis over die plaats en u krijgt een uitklapmenu) en kunt u een basismap kiezen voor de geplande werkzaamheden (bijvoorbeeld een nieuwe gebruiker toevoegen).

7.3.1. Gebruikers toevoegen

Naast dit navigatie-item uit de boomstructuur ziet u het menu 'Actions' (Acties). Beweeg de muis over dit item en op het scherm wordt een submenu zichtbaar; kies hier 'Create' (Aanmaken) en vervolgens 'User' (Gebruiker). De assistent begeleidt u bij het aanmaken van het gebruikersaccount.

  • De belangrijkste in te voeren gegevens zijn het te gebruiken sjabloon (newstudent (nieuwe student) of newteacher (nieuwe leerkracht)) en de volledige naam van de nieuwe gebruiker (zie de afbeelding).

  • Terwijl u voortgaat in de assistent, zult u merken dat GOsa² een gebruikersnaam heeft aangemaakt, afgeleid van de echte naam van de gebruiker. Het programma maakte automatisch een gebruikersnaam aan die nog niet in gebruik is. Dit betekent dat meerdere gebruikers met een volledig identieke naam geen enkel probleem vormen voor GOsa². Wees wel attent voor het feit dat GOsa² soms een ongeldige gebruikersnaam aanmaakt in het geval de echte naam niet-ASCII tekens bevat.

  • Indien u niet gelukkig bent met de aangemaakte gebruikersnaam, kunt u in het uitklappend kader een ander voorstel kiezen. Maar u hebt hier in de assistent niet de mogelijkheid om vrij een gebruikersnaam te kiezen (indien u de mogelijkheid wenst te hebben om de voorgestelde gebruikersnaam te bewerken, moet u in een editor het bestand /etc/gosa/gosa.conf openen en de regel allowUIDProposalModification="true" toevoegen als bijkomende optie in de sectie 'location definition'.)

  • Als u de assistent doorlopen heeft, toont GOsa² u een scherm met de fiche van de nieuwe gebruiker. Gebruik de tabbladen bovenaan om de ingevulde velden na te kijken.

Nadat u de nieuwe gebruiker heeft aangemaakt, klikt u op de knop 'Ok' in de rechterbenedenhoek. (Op dit ogenblik moet u zich nog geen zorgen maken over de velden die door de assistent niet ingevuld werden.)

Als laatste stap zal GOsa² u om een wachtwoord voor de nieuwe gebruiker vragen. Tik het tweemaal in en klik dan op de knop 'Set password' (Wachtwoord instellen) in de rechterbenedenhoek. /!\ Bepaalde lettertekens kunnen niet toegestaan zijn voor gebruik in een wachtwoord.

Als alles naar behoren verliep, kunt u de nieuwe gebruiker nu zien staan in de tabel die de lijst van gebruikers weergeeft. Vanaf nu is het mogelijk om zich met die gebruikersnaam op uw netwerk aan te melden vanaf elke machine van Skolelinux.

7.3.2. Opzoeken, wijzigen en verwijderen van gebruikers

Filterkader

Om een gebruiker te wissen of zijn gegevens aan te passen, bladert u met GOsa² door de lijst van gebruikers op uw systeem. In het midden van uw scherm kunt u het 'Filter'-kader openen. Dit is een zoekinstrument van GOsa². Indien u zich de exacte plaats van de gebruiker binnen uw boomstructuur niet meer herinnert, daalt u af naar het basisniveau van de GOsa²/LDAP boomstructuur en voert u daar de zoekopdracht in met als aangevinkte optie 'Search in subtrees' (zoeken in sub-bomen).

Als u het 'Filter'-kader gebruikt, wordt het resultaat onmiddellijk zichtbaar middenin de tekst met de uitdraai van de tabel. Iedere regel stelt een gebruikersaccount voor en de meest rechtse items op iedere regel zijn kleine icoontjes die mogelijke acties symboliseren: de gegevens van deze gebruiker bewerken, het account blokkeren, een wachtwoord instellen en de gebruiker verwijderen.

U krijgt een nieuw scherm, waarin u de informatie over de gebruiker rechtstreeks kunt bewerken, zijn wachtwoord kunt wijzigen en wijzigingen kunt aanbrengen in de lijst van groepen waarvan hij lid is.

Gebruikersgegevens bewerken

7.3.3. Wachtwoorden instellen

Studenten kunnen hun eigen wachtwoord wijzigen door zich met hun eigen gebruikersnaam bij GOsa² aan te melden. Om de toegang tot GOsa² te vergemakkelijken is een item Gosa te vinden in het menu Systeem (of Systeeminstellingen) van het bureaublad. Een aangemelde student krijgt een heel minimale versie van GOsa² te zien, die hem enkel toegang verschaft tot de gegevens betreffende zijn eigen account en tot het dialoogvenster wachtwoord instellen.

Leerkrachten die zich met hun eigen account aanmelden bij GOsa² hebben bijzondere rechten. Ze krijgen een meer uitgebreide versie van GOsa² te zien en kunnen het wachtwoord van alle studenten wijzigen. Dit kan erg handig zijn tijdens de les.

Als beheerder een nieuw wachtwoord instellen voor een gebruiker

  1. zoek, zoals hiervoor uitgelegd, de gebruiker op wiens wachtwoord gewijzigd moet worden

  2. op het einde van de regel waarin u de gebruikersnaam terugvindt, klikt u op het symbool van de sleutel

  3. op het scherm dat daarop verschijnt, kunt u een nieuw door uzelf gekozen wachtwoord instellen

Een gebruikerswachtwoord aanmaken

Wees u bewust van de mogelijke veiligheidsrisico's bij het gebruiken van gemakkelijk te raden wachtwoorden!

7.3.4. Geavanceerd gebruikersbeheer

Met GOsa² is het mogelijk om in een keer een heleboel gebruikersaccounts aan te maken door middel van een CSV-bestand, dat u kunt aanmaken met behulp van elk goed rekenbladprogramma (bijvoorbeeld localc). De gegevens van minstens de volgende velden moeten ingevuld worden: gebruikersidentificatie (uid), familienaam (sn), voornaam (givenName) en wachtwoord. Draag er zorg voor dat er geen uid-velden zijn met identieke inhoud. Daarbij moet u ook rekening houden met de inhoud van de reeds in LDAP aanwezige uid-velden (een overzicht daarvan kunt u krijgen door aan de commandolijn de opdracht getent passwd | grep tjener/home | cut -d':' -f1 in te geven).

Zo een CSV-bestand moet het volgende formaat hebben (wat dat betreft gedraagt GOsa² zich niet echt tolerant):

  • Gebruik ',' als scheidingsteken tussen velden

  • Gebruik geen aanhalingstekens

  • Het CSV-bestand mag geen kopregel bevatten (waarin gewoonlijk de kolomnamen staan)

  • De volgorde van de velden heeft geen belang. De velden kunnen gedefinieerd worden op het ogenblik dat u de gegevens in GOsa² importeert

Het importeren omvat volgende stappen:

  1. klik in het linkernavigatiemenu op de link naar 'LDAP tools' (LDAP-hulpmiddelen)

  2. klik in het rechterscherm op het tabblad 'Import' (Importeren)

  3. blader door uw lokale harde schijf en selecteer het CSV-bestand met de lijst van te importeren gebruikers

  4. kies uit de beschikbare sjablonen datgene wat bij het importeren gebruikt moet worden (bijvoorbeeld NewTeacher (Nieuwe Leerkracht) of NewStudent (Nieuwe Student))

  5. klik in de rechterbenedenhoek op de knop 'Import' (Importeren)

U doet er goed aan eerst een test te doen met een CSV-bestand waarmee u enkele fictieve gebruikers aanmaakt, die u nadien terug kunt verwijderen.

Hetzelfde geldt voor de module voor wachtwoordbeheer, die het mogelijk maakt om een heleboel wachtwoorden opnieuw in te stellen met behulp van een CSV-bestand of om nieuwe wachtwoorden te genereren voor gebruikers die behoren tot een bijzondere onderafdeling binnen LDAP.

Wachtwoorden herinstellen

7.4. Het beheer van groepen met GOsa²

een groep aanmaken

een groep aanmaken

Het beheer van groepen is erg vergelijkbaar met het beheer van gebruikers.

Per groep kunt u een naam en een omschrijving ingeven. Zorg ervoor om in de LDAP-boom het juiste niveau te kiezen wanneer u een nieuwe groep aanmaakt.

Om gebruikers toe te voegen aan een nieuw aangemaakte groep, moet u terugkeren naar de lijst van gebruikers. Daar zult u naar alle waarschijnlijkheid het filterkader gebruiken om gebruikers te selecteren. Let ook op het niveau binnen de LDAP-boom.

Groepen aangemaakt met groepsbeheer, zijn reguliere unix-groepen. U kunt ze dus ook gebruiken voor het beheer van bestandsrechten.

7.5. Het beheer van machines met GOsa²

Via het beheer van machines kunt u in uw netwerk van Debian Edu gewoonweg alle met het netwerk verbonden apparaten beheren. Elke machine die u met GOsa² toevoegt aan het register van LDAP heeft een naam, een IP-adres, een MAC-adres en een domeinnaam (gewoonlijk is dat 'intern'). Voor een meer volledige beschrijving van de architectuur van het netwerk van Debian Edu, verwijzen we naar het hoofdstuk architectuur in deze handleiding.

Diskless workstations and thin clients work out-of-the-box in case of a combined main server.

Workstations with disks (including separate LTSP servers) have to be added with GOsa². Behind the scenes, both a machine specific Kerberos Principal (sort of account) and a related keytab file (containing a key used as password) are generated; the keytab file needs to be present on the workstation to be able to mount users' home directories. Once the added system has been rebooted, log into it as root and run /usr/share/debian-edu-config/tools/copy-host-keytab.

To create Principal and keytab file for a system already configured with GOsa², log in on the main server as root and run

/usr/share/debian-edu-config/tools/gosa-modify-host <computernaam> <IP>

Please note: host keytab creation is possible for systems of type workstations, servers and terminals but not for those of type netdevices. See the Network clients HowTo chapter for NFS configuration options.

Om een machine toe te voegen, gebruikt u het hoofdmenu van GOsa² en daarin kiest u achtereenvolgens systeem, toevoegen. U kunt een IP-adres/computernaam gebruiken uit het vooraf geconfigureerde adresbereik 10.0.0.0/8. Momenteel gebruiken we slechts twee vooraf gedefinieerde vaste adressen: 10.0.2.2 (tjener) en 10.0.0.1 (gateway). Het adresbereik van 10.0.16.20 tot 10.0.31.254 (ruwweg het bereik 10.0.16.0/20 of 4000 computers) zijn gereserveerd voor DHCP en worden dynamisch toegewezen.

Om een apparaat met een MAC-adres 52:54:00:12:34:10 in GOsa² een vast IP-adres toe te kennen, moet u het MAC-adres ingeven, evenals de computernaam en het IP-adres. U kunt ook de knop IP voorstellen aanklikken, waarop u het eerste vrije adres in het bereik 10.0.0.0/8 voorgesteld wordt. Voor de eerste machine die u op deze wijze toevoegt, zal dat hoogstwaarschijnlijk 10.0.0.2 zijn. Het is goed om u eerst een idee te vormen over uw netwerk. U kunt bijvoorbeeld het bereik 10.0.0.x met x>10 en x<50 voorbehouden voor servers, en x>100 voor werkstations. Vergeet niet het zopas toegevoegde apparaat te activeren. Met uitzondering van de hoofdserver zal het programma aan alle apparaten een passend icoon koppelen.

Als de machines opgestart werden als thin-clients of schijfloze werkstations of geïnstalleerd werden met een van de genetwerkte profielen, kunt u het script sitesummary2ldapdhcp gebruiken om deze machines automatisch in GOsa² in te voeren. Voor eenvoudige machines werkt dit vanzelf. Voor machines met meer dan één mac-adres moet datgene wat daadwerkelijk gebruikt wordt, gekozen worden. De opdracht sitesummary2ldapdhcp -h toont informatie over het gebruik. Merk op dat de IP-adressen die u te zien krijgt na het gebruik van sitesummary2ldapdhcp, binnen het bereik van de dynamische IP-adressen vallen. Nadien kunt u evenwel deze systemen aanpassen om ze beter te doen aansluiten bij de behoeften van uw netwerk: u kunt ze zo nodig hernoemen, u kunt DHCP en DNS activeren en u kunt ze desgewenst aan netgroepen toevoegen (zie de schermafdruk hieronder voor de aanbevolen netgroepen). Nadien moet u het systeem herstarten. De volgende schermafdrukken tonen hoe dit eruit ziet in de praktijk:

root@tjener:~# sitesummary2ldapdhcp -a -i ether-22:11:33:44:55:ff
info: Create GOsa machine for am-2211334455ff.intern [10.0.16.21] id ether-22:11:33:44:55:ff.

Enter password if you want to activate these changes, and ^c to abort.

Connecting to LDAP as cn=admin,ou=ldap-access,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no
enter password: ********
root@tjener:~#

Een lijst van systemen in GOsa²

Meer bijzonderheden over een systeem

Aanpassingen aan een systeem

Een netgroep toevoegen

Elk uur wordt een cronjob uitgevoerd om de DNS-informatie te actualiseren. Het commando su -c ldap2bind laat u toe om zelf de actualisering uit te lokken.

7.5.1. Machines zoeken en verwijderen

Machines zoeken en verwijderen gelijkt erg op gebruikers zoeken en verwijderen, zodat het niet nodig is om hier nogmaals op in te gaan.

7.5.2. Bestaande machines wijzigen / Beheer van netgroepen

Nadat u met behulp van GOsa² een machine hebt ingevoerd in de boomstructuur van LDAP, kunt u de kenmerken ervan wijzigen. U gebruikt daarvoor de zoekfunctie en klikt vervolgens op de naam van de machine (net zoals u bij gebruikers zou doen).

Het model dat voor de registratie van systemen gebruikt wordt, is gelijkaardig aan dat voor het bewerken van kenmerken van gebruikers, wat u reeds kent. Alleen hebben de velden in deze context een andere betekenis.

Een machine toevoegen aan een NetGroup (Netgroep) bijvoorbeeld, verandert voor die machine of voor de gebruikers die er zich op aanmelden, niets aan hun rechten op toegang tot bestanden en aan hun permissie om bepaalde opdrachten uit te voeren. Het legt daarentegen beperkingen op met betrekking tot de diensten die deze machine op de hoofdserver kan aanspreken.

De volgende NetGroups (Netgroepen) worden aangemaakt door de standaardinstallatie

  • all-hosts

  • cups-queue-autoflush-hosts

  • cups-queue-autoreenable-hosts

  • fsautoresize-hosts

  • ltsp-server-hosts

  • netblock-hosts

  • printer-hosts

  • server-hosts

  • shutdown-at-night-hosts

  • shutdown-at-night-wakeup-hosts-blacklist

  • workstation-hosts

Currently the NetGroup functionality is used for:

  • Resizing partitions (fsautoresize-hosts)

    • Bij plaatsgebrek wordt de grootte van LVM-partities automatisch aangepast voor machines van Debian Edu die tot deze groep behoren.

  • Shutdown machines at night (shutdown-at-night-hosts an shutdown-at-night-wakeup-hosts-blacklist)

    • Machines van Debian Edu die tot deze groep behoren, zullen 's nachts automatisch uitgezet worden om energie te besparen.

  • Managing printers (cups-queue-autoflush-hosts and cups-queue-autoreenable-hosts)

    • Machines van Debian Edu die tot deze groepen behoren maken iedere nacht automatisch alle printerwachtrijen leeg en herstellen ieder uur de onklaar geraakte printerwachtrijen.

  • Blocking Internet access (netblock-hosts)

    • Machines van Debian Edu die tot deze groep behoren, krijgen enkel de toelating om verbinding te maken met machines op het lokale netwerk. Tijdens examens kan deze functionaliteit nuttig zijn in combinatie met restricties van de web-proxyserver.

8. Printerbeheer

For centralized printer management point your web browser to https://www.intern:631. This is the normal CUPS management interface where you can add/delete/modify your printers and can clean up the printing queue. By default only the first user is allowed but this can be changed by adding users to the GOsa² printer-admins group.

8.1. Printers gebruiken die met werkstations verbonden zijn

Op een systeem met het profiel Werkstation wordt standaard het pakket p910nd geïnstalleerd.

  • Bewerk /etc/default/p910nd zoals hieronder (USB printer):

    • P910ND_OPTS=" -f /dev/usb/lp0"

    • P910ND_START=1

  • Configureer de printer via de webinterface https://www.intern:631. Selecteer netwerkprinter, type AppSocket/HP JetDirect (voor alle printers ongeacht merk of model) en stel socket://<werkstation-ip>:9100 in als de URI van de verbinding.

8.2. Network printers

It is recommended to disable all self-advertising features in the used network printers. Instead, assign a fixed IP address with GOsa² and configure them as AppSocket/HP JetDirect network printers.

9. Kloksynchronisatie

Debian Edu staat standaard ingesteld op het synchroon houden van de klok van alle machines op het netwerk. Maar dit houdt niet noodzakelijk in dat de tijd ook juist is. Om de tijd te actualiseren wordt NTP gebruikt. Standaard worden de klokken gesynchroniseerd met een externe tijdsbron. Dit kan er toe leiden dat machines de internetverbinding die ze daarvoor geopend hebben, blijven open houden.

/!\ Indien u een inbelverbinding of een ISDN-verbinding gebruikt en per minuut betaalt, moet u deze standaardinstelling aanpassen.

To disable synchronisation with an external clock, the file /etc/ntp.conf on the main server needs to be modified. Add comment ("#") marks in front of the server entries. After this, the NTP server needs to be restarted by running service ntp restart as root. To test if a machine is using the external clock sources, run ntpq -c lpeer.

10. Volle partities groter maken

Ten gevolge van een mogelijke bug in de automatische schijfindeling, kunnen sommige partities te vol zijn na installatie. Om die partities groter te maken, gebruikt u als systeembeheerder het commando debian-edu-fsautoresize -n. Raadpleeg voor bijkomende informatie de HowTo 'De grootte van partities aanpassen' in het hoofdstuk Systeembeheer HowTo.

11. Onderhoud

11.1. Programmatuur bijwerken

Deze paragraaf legt het gebruik van apt full-upgrade uit.

Het gebruik van apt is echt eenvoudig. Om een systeem bij te werken geeft u als systeembeheerder aan de commandolijn twee opdrachten: apt update (om de lijst van beschikbare pakketten bij te werken) en apt full-upgrade (om pakketten waarvoor een nieuwere versie beschikbaar is, op te waarderen).

Het is ook zinvol om tijdens het proces van opwaarderen het taalgebied in te stellen op C, wat voor een uitvoer in het Engels zorgt. In geval er zich problemen voordeden, heeft u zo bij het zoeken met een zoekmachine meer kans om resultaten te bekomen.

LC_ALL=C apt full-upgrade -y

/!\ After upgrading the debian-edu-config package, changed Cfengine configuration files might be available. Run ls -ltr /etc/cfengine3/debian-edu/ to check if this is the case. To apply the changes, run LC_ALL=C cf-agent -D installation.

/!\ It is important to run debian-edu-ltsp-install --diskless_workstation yes after LTSP server upgrades to keep the SquashFS image for diskless clients menu in sync.

U doet er ook goed aan om cron-apt en apt-listchanges te installeren en ze zo te configureren dat ze e-mail verzenden naar een adres waarvan u de berichten regelmatig leest.

Eens per dag zal cron-apt u via e-mail inlichten over pakketten die opgewaardeerd kunnen worden. Het waardeert ze niet zelf op, maar gaat ze wel zelf ophalen (meestal 's nachts). Zo moet u niet wachten tot ze opgehaald zijn wanneer u de opdracht apt full-upgrade uitvoert.

Indien u dit verkiest, kunt u het systeem gemakkelijk zelf automatisch de nodige opwaarderingen laten uitvoeren. Daarvoor dient u enkel het pakket unattended-upgrades te installeren en te configureren, zoals uiteengezet wordt in wiki.debian.org/UnattendedUpgrades.

Het pakket apt-listchanges kan u via e-mail de toevoegingen aan het logboek changelog opsturen, of ze u anders in het terminalvenster tonen bij het uitvoeren van de opdracht apt.

11.1.1. Op de hoogte blijven van beveiligingsbijwerkingen

Het uitvoeren van cron-apt zoals hiervoor uitgelegd, is een goede manier om op de hoogte te blijven van beschikbare beveiligingsbijwerkingen voor op het systeem geïnstalleerde pakketten. Een andere manier om daarover op de hoogte te blijven is zich abonneren op de verzendlijst Debian security-announce. Dit heeft het voordeel dat u ook weet wat de beveiligingsbijwerking precies inhoudt. Het nadeel (vergeleken met cron-apt) is, dat u ook geïnformeerd wordt over bijwerkingen voor pakketten die niet geïnstalleerd zijn op uw systeem.

11.2. Reservekopieën beheren

Voor het beheer van reservekopieën gaat u met de browser naar het adres https://www/slbackup-php. Denk eraan dat u deze site via SSL moet benaderen, aangezien u er het beheerderswachtwoord moet invoeren. Een verbinding tot stand brengen met dat adres zonder gebruik te maken van SSL lukt niet.

/!\ Noot: de site zal enkel functioneren als u tijdelijk toelaat dat de systeembeheerder zich op de server voor reservekopieën (standaard is dat hoofdserver 'tjener') aanmeldt met ssh.

Standaard bewaart tjener een reservekopie van /skole/tjener/home0, /etc/, /root/.svk en LDAP in de map /skole/backup van het LVM-bestandssysteem. Indien u genoeg heeft aan een reservekopie van die bestanden (voor het geval u er een zou wissen), dan sluit deze standaardinstelling aan bij uw behoeften.

/!\ U dient te beseffen dat dit model van reservekopieën maken geen bescherming biedt tegen gegevensverlies ten gevolge van een kapotte harde schijf.

Indien u de reservekopieën wilt bewaren op een externe server, op een bandstation (tape drive) of op een andere harde schijf, dan moet u de bestaande configuratie wat aanpassen.

Indien u ineens een hele map wilt terugzetten, dan gebruikt u best de volgende opdracht aan de commandolijn:

$ sudo rdiff-backup -r <date>  \
   /skole/backup/tjener/skole/tjener/home0/user \
   /skole/tjener/home0/user_<date>

Dit plaatst de inhoud van /skole/tjener/home0/user van <datum> in de map /skole/tjener/home0/user_<datum>.

Indien u slechts één enkel bestand wenst terug te zetten, dan kunt u dat bestand (in de passende versie) met behulp van de webinterface selecteren en terughalen.

Indien u oudere reservekopieën wenst te wissen, kies dan in het menu op de webpagina van de back-updienst het item 'Maintenance' (Onderhoud). Geef vervolgens op welke de oudste back-up is die u wenst te behouden:

Onderhoud met slbackup-php

11.3. Servers opvolgen

11.3.1. Munin

Munin, het systeem voor het opvolgen van tendensen, bevindt zich op het webadres https://www/munin/. Het geeft meetresultaten weer in verband met de toestand van het systeem, opgemaakt per dag, per week, per maand, of op jaarbasis. Het biedt de systeembeheerder ook hulp bij het zoeken naar de oorzaak van knelpunten of problemen in het systeem.

Een lijst van machines die opgevolgd worden met Munin wordt automatisch gegenereerd op basis van de lijst van computers die rapporteren aan sitesummary. Alle computers waarop het pakket munin-node geïnstalleerd werd, worden opgenomen in het opvolgingssysteem van Munin. Normaal gezien verloopt er een dag tussen de installatie van een machine en het moment waarop de opvolging ervan door Munin begint. Dit houdt verband met de volgorde waarin crontaken uitgevoerd worden. Om dit proces te versnellen geeft u op de sitesummary-server (gewoonlijk de hoofdserver) als systeembeheerder de opdracht sitesummary-update-munin. Daardoor wordt het bestand /etc/munin/munin.conf geactualiseerd.

Welk geheel van metingen uitgevoerd moet worden, wordt op elke machine automatisch gegenereerd met het programma munin-node-configure, dat nagaat welke plug-ins er in /usr/share/munin/plugins/ aanwezig zijn en dan een symbolische koppeling maakt in /etc/munin/plugins/ naar die welke relevant zijn.

Meer informatie over Munin is te vinden op http://munin-monitoring.org/.

11.3.2. Icinga

Icinga system and service monitoring is available from https://www/icingaweb2/. The set of machines and services being monitored is automatically generated using information collected by the sitesummary system. The machines with the profile Main-server and LTSP-server receive full monitoring, while workstations and thin clients receive simple monitoring. To enable full monitoring on a workstation, install the nagios-nrpe-server package on the workstation.

Standaard zal Icinga geen e-mailberichten versturen. Dit kan veranderd worden door de tekst notify-by-nothing in het bestand /etc/icinga/sitesummary-template-contacts.cfg te vervangen door host-notify-by-email en notify-by-email.

Het configuratiebestand van Icinga is /etc/icinga/sitesummary.cfg. De crontaak sitesummary genereert het bestand /var/lib/sitesummary/icinga-generated.cfg dat een lijst bevat van op te volgen machines en diensten.

Aan het bestand /var/lib/sitesummary/icinga-generated.cfg.post kunt u bijkomende controles toevoegen welke door Icinga moeten uitgevoerd worden, zodat ze ook toegevoegd worden aan het gegenereerde bestand.

Informatie over Icinga vindt u op http://www.icinga.com/ of in het pakket icinga-doc.

11.3.2.1. Gebruikelijke waarschuwingen door Icinga en hoe ermee om te gaan

Hier volgen instructies voor de manier waarop u met de meest voorkomende waarschuwingen van Icinga moet omgaan.

11.3.2.1.1. DISK CRITICAL - free space: /usr 309 MB (5% inode=47%):

De partitie (/usr/ in het geval van het voorbeeld) is te vol. In het algemeen zijn er twee mogelijkheden om hiermee om te gaan: (1) een aantal bestanden wissen, of (2) de partitie groter maken. Indien het de partitie /var/ betreft, kunt u een aantal bestanden wissen door de cache van APT leeg te maken. Hiervoor gebruikt u de opdracht apt clean. Indien er nog ruimte beschikbaar is in de groep van schijven die door LVM beheerd worden, kunt u grotere partities bekomen met het programma debian-edu-fsautoresize. Om er voor te zorgen dat dit programma ieder uur automatisch uitgevoerd wordt, voegt u de computer in kwestie toe aan de netgroep fsautoresize-hosts.

11.3.2.1.2. APT CRITICAL: 13 packages available for upgrade (13 critical updates).

Er zijn nieuwe pakketten voor opwaardering beschikbaar. De cruciale daarvan zijn meestal beveiligingsupdates. Om de opwaardering door te voeren geeft u in een terminalvenster als systeembeheerder de opdracht 'apt upgrade && apt full-upgrade. U kunt zich ook via ssh aanmelden en vervolgens dezelfde opdracht geven.

Indien u verkiest om pakketten niet manueel op te waarderen en erop vertrouwt dat Debian goed zal omgaan met nieuwere versies van pakketten, kunt u het pakket unattended-upgrades instellen op het iedere nacht automatisch opwaarderen van alle pakketten met recentere versies. Maar LTSP-chroots worden hiermee niet opgewaardeerd.

11.3.2.1.3. WARNING - Reboot required : running kernel = 2.6.32-37.81.0, installed kernel = 2.6.32-38.83.0

De kernel die momenteel gebruikt wordt is ouder dan degene die meest recent geïnstalleerd werd, De computer moet opnieuw opgestart worden om de meest recente kernel te activeren. Gewoonlijk is dit behoorlijk dringend, omdat een nieuwe kernelversie normaal gezien aan Debian Edu toegevoegd wordt om bepaalde beveiligingsproblemen op te lossen.

11.3.2.1.4. WARNING: CUPS queue size - 61

Er staan een hoop printeropdrachten te wachten in de wachtrij van CUPS. Een niet beschikbare printer Is meestal de oorzaak. Onklaar geraakte printerwachtrijen worden ieder uur opnieuw in gebruik gesteld op computers die lid zijn van de netgroep cups-queue-autoreenable-hosts. Voor die computers is normaal gesproken geen manuele tussenkomst vereist, Op computers die lid zijn van de netgroep cups-queue-autoflush-hosts worden printerwachtrijen iedere nacht leeggemaakt. Het is het overwegen waard om een computer met een lange printerwachtrij aan een van beide groepen toe te voegen.

11.3.3. Sitesummary

Sitesummary wordt gebruikt om de informatie die op iedere computer verzameld wordt, naar de hoofdserver te sturen. De verzamelde informatie staat in /var/lib/sitesummary/entries/. Met de scripts in /usr/lib/sitesummary/ kunnen rapporten opgemaakt worden.

Een eenvoudig rapport van sitesummary zonder details kan geraadpleegd worden op https://www/sitesummary/.

Documentatie over sitesummary is te vinden op http://wiki.debian.org/DebianEdu/HowTo/SiteSummary.

11.4. Bijkomende informatie over het aanpassen van Debian Edu

Systeembeheerders kunnen nuttige bijkomende informatie over het aanpassen van Debian Edu vinden in het hoofdstuk Howto/Systeembeheer en in het hoofdstuk Howto/Systeembeheer voor gevorderden.

12. Opwaarderingen

/!\ Een belangrijke waarschuwing voor u begint met het lezen van deze handleiding bij opwaarderingen: ogenblikkelijke bijwerkingen aan productieservers voert u volledig op eigen risico uit. Debian Edu/Skolelinux wordt u geleverd met ABSOLUUT GEEN ENKELE GARANTIE, voor zover dit toegestaan is binnen de van toepassing zijnde wetgeving.

Gelieve dit hoofdstuk en het hoofdstuk Nieuwe functionaliteit in Bullseye in deze handleiding eerst helemaal te lezen alvorens aan een poging tot opwaarderen te beginnen.

12.1. Algemene opmerkingen over opwaarderingen

Meestal verloopt het opwaarderen van een uitgave naar de volgende redelijk gemakkelijk. Jammer genoeg is dit bij Debian Edu nog niet het geval, omdat we configuratiebestanden aanpassen op een manier die eigenlijk niet aangewezen is. (Meer informatie vindt u in het bugrapport nummer 311188 van Debian.) Toch blijft opwaarderen wel mogelijk, maar het vraagt wat werk.

Over het algemeen is het opwaarderen van servers moeilijker dan het opwaarderen van werkstations en de opwaardering van de hoofdserver is het moeilijkst.

Indien u er zeker van wilt zijn dat na de opwaardering alles nog zal werken als voordien, moet u de opwaardering uittesten op een testsysteem dat u op dezelfde manier geconfigureerd heeft als uw machines die u voor productiedoeleinden gebruikt. Op een testsysteem kunt u de opwaardering zonder enig risico uittesten en zien of alles naar behoren functioneert.

Leest u zeker ook de informatie over de huidige stabiele uitgave van Debian in de installatiehandleiding ervoor.

Het kan ook verstandig zijn om nog even te wachten met opwaarderen en nog een aantal weken de voorlaatste stabiele uitgave (Oldstable) te blijven gebruiken. Anderen kunnen intussen het opwaarderen uittesten en de problemen die ze tegenkomen, documenteren. De voorlaatste stabiele uitgave (Oldstable) van Debian Edu blijven we trouwens ondersteunen gedurende een zekere tijd na het uitbrengen van de daaropvolgende stabiele uitgave (Stable), maar op het ogenblik dat Debian stopt met het ondersteunen van Oldstable, moet Debian Edu noodzakelijkerwijs hetzelfde doen.

12.2. Opwaarderen vanaf Debian Edu Buster

/!\ Zorg dat u goed voorbereid bent: test zeker eerst een opwaardering vanaf Buster uit in een testomgeving of hou reservekopieën klaar, zodat u zo nodig naar de oorspronkelijke situatie kunt terugkeren.

Merk op dat de volgende procedure van toepassing is voor een standaardinstallatie van de hoofdserver van Debian Edu (desktop=xfce, profielen Hoofdserver, Werkstation en LTSP-server). (Raadpleeg voor een algemeen overzicht over het opwaarderen vanuit Buster naar Bullseye https://www.debian.org/releases/bullseye/releasenotes)

Werk niet in een grafische omgeving, gebruik een virtuele console, meld u aan als systeembeheerder (root).

Mocht apt afgesloten worden met een foutmelding, probeer die dan te verhelpen en/of voer het commando apt -f install uit en vervolgens nogmaals apt -y full-upgrade.

12.2.1. De hoofdserver opwaarderen

  • Begin met er voor te zorgen dat het huidige systeem up-to-date is:

apt update
apt full-upgrade
  • Ruim de pakketcache op:

apt clean
  • To avoid a possible squid file permission pitfall, run

rm -f /etc/squid/conf.d/debian-edu.conf
  • Prepare and start the upgrade to Bullseye (new security entry):

sed -i 's/buster/bullseye/g' /etc/apt/sources.list
sed -i 's#/debian-security bullseye/updates# bullseye-security#g' /etc/apt/sources.list
export LC_ALL=C        # optional (to get English output)
apt update
apt full-upgrade
  • apt-list-changes: bereid u voor op veel te lezen NIEUWS; druk op <enter> om naar beneden te scrollen, op <q> om het pagineringsprogramma te verlaten. Alle informatie zal naar de systeembeheerder (root) verzonden worden, zodat u deze opnieuw kunt lezen (met behulp van mailx of mutt).

  • Read all debconf information carefully, choose 'keep the local version currently installed' unless stated differently below; in most cases hitting return will be fine.

    • restart services (diensten herstarten): kies yes (ja).

    • base-passwd: Choose yes.

    • Samba server and utilities: Choose 'keep the local version currently installed'.

    • Kerberos servers: Enter 'kerberos' and hit 'OK'.

    • /etc/default/slapd: Choose N.

    • openssh-server: Choose 'keep the local version currently installed'.

    • /etc/cups/cups-files.conf: Choose N.

    • /etc/munin/munin.conf: Choose N.

  • Pas de configuratie aan en pas ze toe:

cf-agent -v -D di,installation
  • Setup and configure the Icinga2 web interface:

    • Run apt install icinga2-ido-mysql, always choose No if asked by debconf.

    • Ignore an error message about the icingadb existence.

    • Run /usr/share/tools/edu-icinga-setup

  • Get the new Debian Edu Homeworld artwork:

apt install debian-edu-artwork-homeworld
apt purge debian-edu-artwork-buster      # unless Buster artwork should be kept as an alternative
  • Cope with new LTSP and related changes, run:

rm -f /etc/default/tftpd-hpa        # to remove no longer needed modifications
rm -rf /var/lib/tftpboot            # to remove no longer used tftp base directory
dpkg-reconfigure -p low tftpd-hpa   # first prompt: keep ''tftp' as system account, second: change TFTP root directory to ''/srv/tftp''
                                    # third: keep address and port, last one: enter ''--secure'' as additional option 
service tftpd-hpa restart
rm -rf /opt/ltsp                    # cleanup old LTSP base directory
# The next steps will need quite some execution time.
debian-edu-ltsp-install --arch amd64 --diskless_workstation no thin_type bare   # if 64-Bit thin client support is wanted
debian-edu-ltsp-install --arch i386 --diskless_workstation no thin_type bare    # if 32-Bit thin client support is wanted
debian-edu-ltsp-install --diskless_workstation yes   # to create diskless workstation image from the server's file system
debian-edu-pxeinstall                                # to add PXE installation files add related iPXE menu items 
  • Cope with move to iPXE - modify DHCP settings in LDAP, e.g. using an editor like ldapvi. Make sure, DHCP related entries match those contained in the /etc/ldap/gosa-server.ldif file. Entries concerned are:

    • 60 cn=dhcp,cn=tjener,ou=servers,ou=systems,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no

    • 81 cn=intern,cn=dhcp,cn=tjener,ou=servers,ou=systems,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no

    • 83 cn=subnet00.intern,cn=dhcp,cn=tjener,ou=servers,ou=systems,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no

    • 85 cn=subnet01.intern,cn=dhcp,cn=tjener,ou=servers,ou=systems,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no

  • Cope with GOsa changes - use new gosa.conf, fix LDAP access:

    • cp /etc/gosa/gosa.conf /etc/gosa/gosa.conf.buster # backup

    • cp /usr/share/debian-edu-config/gosa.conf.template /etc/gosa/gosa.conf # new gosa.conf file

    • Search for adminPassword and snapshotAdminPassword in /etc/gosa/gosa.conf and replace $GOSAPWD with the random password found in /etc/gosa/gosa.conf.orig for those entries.

    • rm /etc/gosa/gosa.secrets

    • Run gosa-encrypt-passwords

    • Run service apache2 restart

  • Cope with Kerberos encryption type changes:

    • cp /etc/krb5kdc/kdc.conf_non-edu /etc/krb5kdc/kdc.conf

    • sed -i 's/#supported_enctypes/supported_enctypes/' /etc/krb5kdc/kdc.conf

    • Run service krb5-admin-kdc restart

  • Cope with Samba changes:

    • Add first user's Samba account: smbpasswd -a <first username>. Once users change their password, the related Samba account will be created.

  • Ga na of het opgewaardeerde systeem werkt:

Herstart; log in als eerste gebruiker en test

  • of de grafische gebruikersomgeving van GOsa² werkt,

  • of LTSP-clients en werkstations verbinding kunnen maken,

  • of u een systeem kunt toevoegen aan een netgroep en het ook terug kunt verwijderen,

  • of u interne e-mail kunt verzenden en ontvangen,

  • of u printers kunt beheren,

  • en of andere site-specifieke zaken werken.

12.2.2. Een werkstation opwaarderen

Do all the basic things like on the main-server and without doing the things not needed. If not yet done, configure the machine to use Kerberos for mounting home directories, see the getting started chapter for details.

12.3. Opwaarderingen van oudere installaties van Debian Edu / Skolelinux (voor Buster)

Om een opwaardering uit te voeren vanuit een oudere uitgave, moet u eerst opwaarderen naar de uitgave van Debian Edu die gebaseerd is op Buster. Vervolgens kunt u de hierboven gegeven instructies opvolgen. In de Handleiding voor Debian Edu Buster vindt u de instructies om naar Buster op te waarderen vanuit de eerdere uitgave, Stretch. Op dezelfde manier beschrijft de Stretch-handleiding hoe u vanuit Jessie kunt opwaarderen.

13. HowTo

14. HowTo's voor algemeen systeembeheer

De hoofdstukken Aan de slag en Onderhoud beschrijven hoe u aan de slag kunt gaan met Debian Edu en hoe u de eenvoudige onderhoudstaken uitvoert. De howto's uit dit hoofdstuk bevatten een aantal tips en wenken voor 'gevorderden'.

14.1. De historiek van configuratie-instellingen: wijzigingen in /etc/ opvolgen met behulp van Git, een systeem voor versiebeheer

Met etckeeper worden de wijzigingen in al de bestanden uit de map /etc/ opgevolgd met behulp van Git, een systeem voor versiebeheer.

Dit maakt het mogelijk om te zien wanneer een bestand toegevoegd werd of gewijzigd of verwijderd. En als het om een tekstbestand gaat, kunt u ook opvolgen wat er precies in gewijzigd werd, De plaats waar git zijn gegevens bewaart is /etc/.git/.

Ieder uur worden alle wijzigingen automatisch opgeslagen. Dit laat toe om de historiek van configuratiebestanden op te halen en te onderzoeken.

Om naar de geschiedenis van veranderingen te kijken, gebruikt men het commando etckeeper vcs log. Om de verschillen tussen twee welbepaalde tijdstippen te onderzoeken, kunt u een opdracht als etckeeper vcs diff gebruiken.

Lees de uitvoer van de opdracht man etckeeper voor meer informatie.

Een lijst van nuttige opdrachten:

etckeeper vcs log
etckeeper vcs status
etckeeper vcs diff
etckeeper vcs add .
etckeeper vcs commit -a
man etckeeper

14.1.1. Voorbeelden uit de praktijk

Om op een recent geïnstalleerd systeem te bekijken welke wijzigingen er doorgevoerd werden sinds de installatie, gebruikt u deze opdracht:

etckeeper vcs log

Om na te gaan welke bestanden momenteel niet opgevolgd worden en welke niet bijgewerkt zijn, gebruikt u de opdracht:

etckeeper vcs status

Om de wijzigingen aan een bestand (resolv.conf in het voorbeeld) manueel vast te leggen, omdat u er geen volledig uur meer op kunt wachten, geeft u de opdracht:

etckeeper vcs commit -a /etc/resolv.conf

14.2. De grootte van partities aanpassen

Behalve de partitie /boot/ zijn alle andere partities LVM logische gegevensdragers. Sinds versie 2.6.10 van de Linuxkernel, is het mogelijk om partities te vergroten terwijl ze aangekoppeld zijn. Om partities kleiner te kunnen maken, moeten ze nog steeds eerst afgekoppeld worden.

Het is aan te raden om geen al te grote partities aan te maken (laten we zeggen groter dan 20 GB), omwille van de tijd die dan nodig is om op hen de opdracht fsck uit te voeren of om een veiligheidskopie terug te zetten mocht het ooit nodig blijken. Indien de mogelijkheid bestaat, is het beter meerdere kleinere partities te maken dan één heel erg grote.

Het script debian-edu-fsautoresize staat ter beschikking als een hulpmiddel om het u gemakkelijker te maken om volle partities uit te breiden.Het leest de configuratie uit de bestanden /usr/share/debian-edu-config/fsautoresizetab, /site/etc/fsautoresizetab en /etc/fsautoresizetab wanneer het opgestart wordt. Het script stelt dan voor om partities met te weinig vrije ruimte uit te breiden overeenkomstig de richtlijnen uit de ingelezen bestanden. Als men het script uitvoert zonder opties, zal het enkel de commando's die nodig zijn om het bestandssysteem uit te breiden, tonen. Het script heeft de optie -n nodig om die commando's ook effectief uit te voeren en de bestandssystemen uit te breiden.

Op elke clientcomputer die opgenomen is in de netgroep fsautoresize-hosts, wordt het script ieder uur automatisch uitgevoerd.

Als de grootte van de partitie die gebruikt wordt door de Squid-proxy, aangepast wordt, moet ook de waarde aangepast worden van de cachegrootte in het bestand etc/squid/squid.conf. Het hulpmiddel dat deze taak automatisch kan uitvoeren is het script /usr/share/debian-edu-config/tools/squid-update-cachedir. Het gaat de actuele grootte na van de partitie/var/spool/squid/ en stelt Squid in om 80% van die ruimte voor zijn cache te gebruiken.

14.2.1. Het beheer van logische gegevensdragers

Het systeem van 'Logical Volume Management' (LVM) laat toe om de grootte van partities aan te passen terwijl ze aangekoppeld en in gebruik zijn. U kunt meer te weten komen over LVM op de webpagina LVM HowTo.

Om een logische gegevensdrager manueel groter te maken, moet u gewoon aan de opdracht lvextend laten weten welke grootte u wenst. Om bijvoorbeeld de grootte van home0 uit te breiden tot 30 GB gebruikt u de volgende commando's:

lvextend -L30G /dev/vg_system/skole+tjener+home0
resize2fs /dev/vg_system/skole+tjener+home0

Om aan home0 30 GB extra toe te wijzen, voegt u een '+' toe (-L+30G)

14.3. Het gebruik van ldapvi

ldapvi is een hulpmiddel om aan de commandolijn met een gewone teksteditor de database van LDAP te bewerken.

U moet de volgende opdracht geven:

ldapvi --ldap-conf -ZD '(cn=admin)'

Merk op dat ldapvi de editor zal gebruiken die op het systeem ingesteld staat als standaardeditor. Door vooraf aan de prompt van de shell de opdracht export EDITOR=vim uit te voeren, configureert men zijn eigen werkomgeving zodanig dat men een kloon van vi als editor kan gebruiken.

Om met behulp van ldapvi een LDAP-object toe te voegen, gebruikt u het volgnummer van het object en laat u de tekenreeks add voorafgaan aan het nieuwe LDAP-object.

/!\ Wees gewaarschuwd: ldapvi is een zeer krachtig hulpmiddel. Wees voorzichtig en draag er zorg voor om geen puinhoop te maken van de LDAP-database. Eenzelfde waarschuwing is ook op zijn plaats voor JXplorer.

14.4. NFS met Kerberos

Gebruik maken van Kerberos voor NFS om de persoonlijke mappen aan te koppelen is een veiligheidsfunctionaliteit. De niveaus krb5, krb5i en krb5p worden ondersteund (krb5 betekent Kerberos-authenticatie, i staat voor integriteitscontrole en p voor privacy, d.w.z. encryptie); de belasting voor zowel server als werkstation neemt toe met het veiligheidsniveau. Kiezen voor krb5i is goed en dit werd als standaard ingesteld.

14.4.1. Aanpassen van de standaardinstelling

Hoofdserver

  • inloggen als systeembeheerder

  • het commando ldapvi -ZD '(cn=admin)' uitvoeren, zoeken naar sec=sys en dit vervangen door sec=krb5i.

  • het bestand /etc/exports bewerken: de bestaande regels met /srv/* dienovereenkomstig aanpassen:

/srv/nfs4        gss/krb5i(rw,sync,fsid=0,crossmnt,no_subtree_check)
/srv/nfs4/home0  gss/krb5i(rw,sync,no_subtree_check)
  • het commando exportfs -r uitvoeren

Werkstation, in het bijzonder eventuele afzonderlijke of extra LTSP-servers

  • inloggen als systeembeheerder.

  • het commando /usr/share/debian-edu-config/tools/copy-host-keytab uitvoeren

14.5. Standardskriver

Dit hulpmiddel laat toe om een standaardprinter in te stellen, afhankelijk van de locatie, van de computer of van een groepslidmaatschap. Raadpleeg voor meer informatie /usr/share/doc/standardskriver/README.md.

De beheerder moet in het configuratiebestand /etc/standardskriver.cfg voorzien. Een voorbeeld kunt u vinden in het bestand /usr/share/doc/standardskriver/examples/standardskriver.cfg.

14.6. JXplorer, een grafische gebruikersinterface voor LDAP

Indien u een grafische gebruikersinterface verkiest om met de database van LDAP te werken, probeer dan eens het pakket jxplorer uit, dat standaard geïnstalleerd wordt. Om met schrijfrechten toegang te krijgen, maakt u als volgt de verbinding:

host: ldap.intern
port: 636
Security level: ssl + user + password
User dn: cn=admin,ou=ldap-access,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no

14.7. ldap-createuser-krb, een hulpmiddel voor aan de commandolijn

ldap-createuser-krb is een klein hulpmiddeltje dat aan de commandolijn gebruikt kan worden om LDAP-gebruikers en hun wachtwoord aan te maken in Kerberos. Het is echter vooral nuttig voor testdoeleinden.

14.8. Het gebruik van 'stable-updates'

Sinds de uitgave van Squeeze in 2011 heeft Debian de pakketten die voordien onderhouden werden in volatile.debian.org, toegevoegd aan de stable-updates suite.

Hoewel u rechtstreeks gebruik kunt maken van stable-updates, is dit niet strikt noodzakelijk. Op gezette tijden, namelijk telkens bij het uitbrengen van een actualisering (een zogenaamde point release) van de stabiele uitgave, wat ruwweg om de twee maanden gebeurt, worden de pakketten uit stable-updates naar de suite van de stabiele uitgave verplaatst.

14.9. Meer recente programmatuur installeren met backports

U gebruikt Debian Edu omdat u de stabiliteit ervan waardeert. Het werkt fantastisch. Er is alleen een klein probleem: soms is bepaalde programmatuur wat meer verouderd dan u het zou wensen. Dat is het punt waarop backports.debian.org in beeld komt.

Backports zijn pakketten uit de testsuite (meestal) of de onstabiele suite (in enkele gevallen, zoals beveiligingsbijwerkingen) van Debian die opnieuw gecompileerd werden, zodat ze ook kunnen werken binnen een stabiele versie van Debian, zoals Debian Edu, en zonder gebruik te maken van nieuwere bibliotheken (in de mate van het mogelijke). We raden u aan om enkel die paar backports te installeren die echt bij uw behoeften aansluiten en niet alle backports die beschikbaar zijn.

Backports gebruiken is zeer eenvoudig:

echo "deb http://deb.debian.org/debian/ buster-backports main" >> /etc/apt/sources.list
apt-get update

Nadien is het zeer eenvoudig om pakketten uit backports te installeren. Met het volgende commando installeert u de versie van tuxtype uit backports:

apt install -t buster-backports tuxtype

Pakketten uit backports worden net als andere pakketten automatisch geüpdatet (als er een update beschikbaar is). Zoals het gewone archief, bestaat ook backports uit drie secties: main, contrib en non-free.

14.10. Opwaarderen met behulp van een cd of een gelijksoortig image

Indien u wenst op te waarderen van een versie naar een andere (bijvoorbeeld van Bullseye 11.1 naar 11.2), maar geen internettoegang heeft en enkel over fysieke media beschikt, gaat u als volgt te werk:

Plaats de cd / dvd / blu-rayschijf / USB-stick in het station en gebruik het commando apt-cdrom:

apt-cdrom add

Het volgende is een citaat uit de man-pagina van apt-cdrom(8):

  • apt-cdrom wordt gebruikt om een nieuwe cd-schijf toe te voegen aan de lijst van voor APT beschikbare bronnen. apt-cdrom is in staat om zelf uit te maken wat de structuur is van de schijf, het kan ook verschillende soorten problemen ondervangen die met het branden van de schijf verband houden en het zal eveneens de indexbestanden controleren.

  • Het is noodzakelijk om apt-cdrom te gebruiken om nieuwe cd's toe te voegen aan het systeem van APT. Dit kan niet manueel gebeuren. Bij een set van meerdere cd's moet u tevens iedere cd afzonderlijk in het station plaatsen en hem laten controleren om met mogelijke fouten bij het branden rekening te kunnen houden.

Geef vervolgens de volgende twee opdrachten om het systeem op te waarderen:

apt update
apt full-upgrade

14.11. Het automatisch opruimen van processen die niet meer in gebruik zijn

killer is een perl-script dat achtergrondtaken opruimt. Achtergrondtaken zijn processen die toebehoren aan gebruikers die op dat moment niet aangemeld zijn op de machine. Het script wordt ieder uur vanuit een cron-opdracht uitgevoerd.

14.12. Beveiligingsbijwerkingen automatisch installeren

unattended-upgrades is een pakket in Debian dat beveiligings- (en andere) bijwerkingen automatisch installeert. Indien het pakket geïnstalleerd wordt, is het vooraf geconfigureerd om beveiligingsbijwerkingen te installeren. De logbestanden zijn te vinden in /var/log/unattended-upgrades/. En er is natuurlijk ook nog altijd /var/log/dpkg.log en /var/log/apt/.

14.13. Machines 's nachts automatisch uitzetten

U kunt energie en geld besparen door clientmachines 's avonds uit te zetten en 's ochtends terug op te starten. Vanaf 16.00 uur in de namiddag zal het pakket elk uur op het uur proberen om de machine uit te zetten. Maar het zal dat niet doen als blijkt dat de machine nog in gebruik is. Het zal trachten aan het BIOS de opdracht te geven om de machine rond 7.00 uur 's ochtends terug op te starten, en de hoofdserver zal vanaf 06.30 uur proberen om machines op te starten door hen wake-on-lan-pakketten te sturen. Deze tijdstippen kunnen aangepast worden door de crontabs van de individuele machines te wijzigen.

Als u zoiets opzet, moet u met enkele zaken rekening houden:

  • Het mag niet voorvallen dat clients uitgezet worden als er iemand op aan het werken is. Om dit te kunnen garanderen moet de uitvoer van het commando who nagekeken worden, en in het bijzondere geval van thin clients, controleert u of het ssh-commando van LDM dat de verbinding met de server verzorgt, nog actief is.

  • Om te vermijden dat de zekeringen van de elektriciteit zouden smelten, doet u er goed aan om er voor te zorgen dat niet alle clients gelijktijdig opstarten.

  • Er staan u twee manieren ter beschikking om clients te activeren. De ene manier gebruikt een functie van het BIOS en een vereiste hiervoor is dat de klok van het apparaat correct werkt en dat het moederbord en de BIOS-versie ondersteund worden door nvram-wakeup. De andere methode vereist dat de clients wake-on-lan ondersteunen en dat de server op de hoogte is van welke clients via deze methode aangezet moeten worden.

14.13.1. Het systeem opzetten om computers 's nachts uit te schakelen

Ofwel geeft u de opdracht touch /etc/shutdown-at-night/shutdown-at-night op de clients die 's nachts uitgezet moeten worden, ofwel voegt u de naam van de computer (dat is de uitvoer van het commando 'uname -n' op de client) toe aan de netgroep 'shutdown-at-night-hosts'. Computers toevoegen aan die netgroep in LDAP doet u met het webhulpmiddel GOsa². Het kan nodig zijn om bij de clients in het BIOS de functionaliteit wake-on-lan te configureren. Het is ook belangrijk dat de switches en routers die tussen de server en de clients geplaatst staan, de WOL-pakketten op een correcte manier aan de clients doorgeven, ook al zijn de clients uitgeschakeld. Sommige switches kunnen geen pakketten doorgeven aan clients die ontbreken in de ARP-tabel van de switch, hetgeen een blokkade opwerpt voor de WOL-pakketten.

Om op de server wake-on-lan in te stellen, voegt u de clients toe aan de lijst /etc/shutdown-at-night/clients. U gebruikt voor elke client een aparte regel in het bestand. Op die regel komt eerst het IP-adres en dan het MAC-adres (ethernet-adres), van elkaar gescheiden door een spatie. U kunt ook het script /etc/shutdown-at-night/clients-generator aanmaken om de lijst van clients op het moment zelf te laten genereren.

Hier is een voorbeeld van het script /etc/shutdown-at-night/clients-generator dat gebruik maakt van sitesummary:

  #!/bin/sh
  PATH=/usr/sbin:$PATH
  export PATH
  sitesummary-nodes -w

Indien de netgroep gebruikt wordt om shutdown-at-night op de clients te activeren, vormt het volgende script een alternatief. Het maakt gebruik van het netgroephulpmiddel uit het pakket ng-utils:

  #!/bin/sh
  PATH=/usr/sbin:$PATH
  export PATH
  netgroup -h shutdown-at-night-hosts

14.14. Toegang krijgen tot servers van Debian-Edu die zich achter een firewall bevinden

Om vanaf het internet toegang te krijgen tot machines die zich achter een firewall bevinden, kunt u het pakket autossh installeren. Het kan gebruikt worden om een SSH-tunnel aan te leggen naar een machine op het internet waar u toegang toe heeft. Vanaf die machine kunt u dan over de SSH-tunnel toegang krijgen tot de server achter de firewall.

14.15. Bijkomende servermachines installeren om de hoofdserver te ontlasten

Volgens de standaardopstelling draaien alle diensten op de hoofdserver, tjener. Om het overplaatsen van sommige van die diensten naar een andere machine te vergemakkelijken, kunt u gebruik maken van het installatieprofiel minimal. Een installatie uitvoeren met dit profiel geeft als resultaat een machine die wel deel uitmaakt van het netwerk van Debian Edu, maar waarop nog geen enkele service draait.

De volgende bewerkingen moet u uitvoeren om een machine te installeren die tot taak heeft sommige diensten te leveren:

  • gebruik de opstartoptie debian-edu-expert en installeer het minimale profiel

  • installeer de pakketten die nodig zijn voor de dienst

  • configureer de dienst

  • schakel op de hoofdserver die dienst uit

  • werk (via LDAP/GOsa²) DNS op de hoofdserver bij

14.16. HowTo's van wiki.debian.org

FIXME: The HowTos from https://wiki.debian.org/DebianEdu/HowTo/ are either user- or developer-specific. Let's move the user-specific HowTos over here (and delete them over there)! (But first ask the authors (see the history of those pages to find them) if they are fine with moving the howto and putting it under the GPL.)

15. Howto over systeembeheer voor gevorderden

In dit hoofdstuk behandelen we een aantal taken van systeembeheer voor gevorderden.

15.1. Gebruikersbeheer op maat met GOsa²

15.1.1. Gebruikersgroepen per jaartal aanmaken

In dit voorbeeld willen we gebruikersgroepen maken per jaartal met door de groep gedeelde persoonlijke mappen (home0/2014, home0/2015, enz.). We willen de gebruikers aanmaken via het importeren van een csv-bestand.

(als systeembeheerder op de hoofdserver)

  • Maak de benodigde jaartalmappen

mkdir /skole/tjener/home0/2014

(als eerste gebruiker in Gosa)

  • Afdeling

Kies in het hoofdmenu 'Directory structure' (Registerstructuur) en klik de afdeling 'Students' (Studenten) aan. In het veld 'Base' (Basis) hoort '/Students' (Studenten) te staan. In het uitklapkader 'Actions' (Acties) kiest u 'Create'/'Department' (Aanmaken/Afdeling). Geef waarden in voor de velden Name (Naam) (2014) en Description (Beschrijving) (studenten die in 2014 afstuderen), laat het veld Base (Basis) ongewijzigd (daar zou '/Students' (Studenten) moeten staan). Bewaar door op 'Ok' te klikken. Nu zou de nieuwe afdeling (2014) zichtbaar moeten zijn onder /Students. Klik er op.

  • Groep

Kies in het hoofdmenu 'Groups' en kies vervolgens 'Actions'/Create/Group. Voer een naam in voor de groep (laat 'Base' zoals het is. Er zou moeten staan /Students/2014) en vink het keuzevakje links van 'Samba group' aan. Klik op 'Ok' om te bewaren.

  • Sjabloon

Kies 'users' (gebruikers) in het hoofdmenu. Ga nu in het veld 'Base' naar 'Students'. Nu zou een item 'NewStudent' zichtbaar moeten worden. Klik het aan. Dit is het sjabloon voor 'studenten', geen echte gebruiker. U zult aan de hand van dit voorbeeld een gelijkaardig sjabloon moeten aanmaken (om de gegevens in uw registerstructuur te kunnen importeren via een csv-bestand). Noteer daarom alle items die u ziet staan in de tabbladen Generic, POSIX en Samba of maak er een schermafdruk van om de inhoud voor het nieuwe sjabloon bij de hand te hebben.

Ga nu in het veld 'Base' naar /Students/2014. Kies Create/Template (Aanmaken/Sjabloon) en begin met het ingeven van de gewenste waarden, eerst voor het tabblad Generic (Algemeen) (voeg ook uw nieuwe groep 2014 toe aan het veld Group Membership (Groepslidmaatschap)) en nadien voor de tabbladen POSIX en Samba-account.

  • Gebruikers importeren

Kies uw nieuw sjabloon bij het uitvoeren van de gegevensimport vanuit uw csv-bestand. Eerst een test doen met enkele gebruikers wordt aangeraden.

15.2. Ander maatwerk in verband met gebruikers

15.2.1. Mappen aanmaken in de persoonlijke map van alle gebruikers

Met het volgende script kan de systeembeheerder een map aanmaken in de persoonlijke map van elke gebruiker en instellen wie de eigenaar ervan is en welke toegangsrechten gelden.

In het onderstaande voorbeeld wordt in de persoonlijke map een map 'taken' aangemaakt, met leerkrachten als groepseigenaar en met 2770 als toegangsrechten. Een student kan dan zijn taak inleveren door zijn bestand te bewaren in deze map en leerkrachten kunnen in die taak hun commentaar toevoegen omdat ze schrijfrechten hebben.

 #!/bin/bash
 home_path="/skole/tjener/home0"
 shared_folder="taken"
 permissions="2770"
 created_dir=0
 for home in $(ls $home_path); do
    if [ ! -d "$home_path/$home/$shared_folder" ]; then
        mkdir $home_path/$home/$shared_folder
        chmod $permissions $home_path/$home/$shared_folder
        #set the right owner and group
        #"username" = "group name" = "folder name"
        user=$home
        group=teachers
        chown $user:$group $home_path/$home/$shared_folder
        ((created_dir+=1))
    else
        echo -e "de map $home_path/$home/$shared_folder bestaat al.\n"
    fi
 done
 echo "$created_dir mappen werden aangemaakt."

15.2.2. Gemakkelijk toegang krijgen tot USB-sticks en cd's/dvd's

Indien gebruikers een USB-stick of een dvd/cd plaatsen in een (schijfloos) werkstation, wordt een pop-upvenster zichtbaar met de vraag wat ermee moet gebeuren, net zoals dat het geval is bij om het even welke gewone installatie.

Indien gebruikers een USB-stick of een dvd/cd plaatsen in een X2Go thin-client, wordt het medium automatisch aangekoppeld en is toegang ertoe mogelijk via de betreffende map op het Xfce-bureaublad.

15.2.2.1. Een waarschuwing in verband met verwijderbare media en LTSP-servers

/!\ Waarschuwing: indien u een USB-stick of een ander verwijderbaar medium in een station van een LTSP-server steekt, zullen pop-up berichten opduiken op de schermen van de clients die ermee verbonden zijn.

Indien een gebruiker aan een thin client op een dergelijk pop-up bericht reageert of aan de console het commando pmount gebruikt, kan hij het verwijderbaar medium zelfs aankoppelen en de bestanden erop bewerken.

15.3. Een aparte server voor het opslaan van bestanden

Volg dit stappenplan om een server op te zetten, bedoeld voor het opslaan van de persoonlijke mappen van gebruikers en van wellicht nog andere gegevensbestanden.

  • Voeg met behulp van GOsa² een nieuw systeem van het type server toe, zoals geschetst werd in het hoofdstuk Aan de slag van deze handleiding.

    • In dit voorbeeld gebruiken we 'nas-server.intern' als naam voor de server. Eens 'nas-server.intern' geconfigureerd werd, moet u controleren of de exportpunten van NFS op de nieuwe opslagserver geëxporteerd worden naar de betrokken subnetten en machines:

          root@tjener:~# showmount -e nas-server
          Export list for nas-server:
          /storage         10.0.0.0/8
          root@tjener:~#

      Hier heeft iedere machine op het hoofdnetwerk toegang tot het exportpunt /storage. (Men kan het recht op toegang tot NFS-exports ook beperken tot die machines die lid zijn van de groep netgroup of tot individuele adressen, zoals gebeurt in het bestand tjener:/etc/exports ).

  • Voeg in LDAP met betrekking tot 'nas-server.intern' automount-informatie toe om toe te laten dat alle clients op hun verzoek automatisch het nieuwe export-punt kunnen aankoppelen.

    • Dit kunt u niet doen met behulp van GOsa², aangezien een module voor automount er in ontbreekt. U moet in de plaats ldapvi gebruiken en de vereiste LDAP-objecten aanmaken met behulp van die tekstbewerker.

      ldapvi --ldap-conf -ZD '(cn=admin)' -b ou=automount,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no

      Van zodra de editor actief is, voegt u de volgende LDAP-objecten toe aan het einde van het document. (Het "/&"-gedeelte in het laatste LDAP-object is een jokerteken dat staat voor alle exports van 'nas-server.intern'. Hierdoor vervalt de noodzaak om elk individueel aankoppelpunt op te lijsten in LDAP.)

          add cn=nas-server,ou=auto.skole,ou=automount,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no
          objectClass: automount
          cn: nas-server
          automountInformation: -fstype=autofs --timeout=60 ldap:ou=auto.nas-server,ou=automount,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no
      
          add ou=auto.nas-server,ou=automount,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no
          objectClass: top
          objectClass: automountMap
          ou: auto.nas-server
      
          add cn=/,ou=auto.nas-server,ou=automount,dc=skole,dc=skolelinux,dc=no
          objectClass: automount
          cn: /
          automountInformation: -fstype=nfs,tcp,rsize=32768,wsize=32768,rw,intr,hard,nodev,nosuid,noatime nas-server.intern:/&
  • Voeg de relevante gegevens toe in het bestand tjener.intern:/etc/fstab. Dit is nodig omdat tjener.intern geen gebruik maakt van automount om de kans op het ontstaan van eindeloze lussen van aankoppelingen te vermijden:

    • Maak de aankoppelingsmappen aan met behulp van het commando mkdir, voer de overeenkomstige aanpassingen in '/etc/fstab' door en geef de opdracht mount -a om de nieuwe bronnen aan te koppelen.

Gebruikers zouden nu in staat moeten zijn om rechtstreeks toegang te hebben tot de bestanden op 'nas-server.intern' door gewoon naar de map '/tjener/nas-server/storage/' te gaan met behulp van om het even welke toepassing op elk werkstation of elke LTSP thin-client of LTSP-server.

15.4. De mogelijkheid inperken om zich via ssh aan te melden

Er bestaan verschillende mogelijkheden om toegang via ssh in te perken. Sommige ervan worden hier opgesomd.

15.4.1. Bij een opstelling zonder LTSP-clients

Indien er geen gebruik gemaakt wordt van LTSP-clients, bestaat een eenvoudige oplossing erin een nieuwe groep aan te maken (bijvoorbeeld sshgebruikers) en een regel toe te voegen in het bestand /etc/ssh/sshd_config op de computer. Enkel leden van de groep sshgebruikers zullen dan de toelating hebben om zich van om het even waar via ssh op de computer aan te melden.

Een dergelijke situatie beheren is heel eenvoudig met GOsa:

  • Maak een groep sshgebruikers aan in het basisniveau (waar al andere groepen die te maken hebben met systeembeheer, zoals gosa-admins te vinden zijn).

  • Gebruikers toevoegen aan de nieuwe groep sshgebruikers.

  • Voeg de regel AllowGroups sshusers toe in het bestand /etc/ssh/sshd_config.

  • Geef de opdracht service ssh restart.

15.4.2. Bij een opstelling met LTSP-clients

De standaardinstelling is dat een LTSP-client ssh gebruikt om de verbinding met de LTSP-server te maken. Daarom is een andere benadering die gebruik maakt van PAM hier nodig.

  • Activeer pam_access.so in het bestand /etc/pam.d/sshd van de LTSP-server.

  • Stel /etc/security/access.conf in om toestemming te geven aan (bijvoorbeeld) gebruikers alice, jane, bob en john om van overal een verbinding via ssh te maken en aan alle andere gebruikers enkel vanuit de interne netwerken. Dit doet u door de volgende regels toe te voegen:

+ : alice jane bob john : ALL
+ : ALL : 10.0.0.0/8 192.168.0.0/24 192.168.1.0/24
- : ALL : ALL
#

Indien enkel voorbehouden LTSP-servers gebruikt worden, kunt u het netwerk 10.0.0.0/8 weglaten om de mogelijkheid uit te schakelen dat men zich intern via ssh aanmeldt. Noteer dat iemand die zijn computer aankoppelt op een gereserveerd netwerk van LTSP-clients meteen ook toegang heeft tot de LTSP-server via ssh.

15.4.3. Een noot over meer complexe opstellingen

Indien er LTSP-clients aangekoppeld zijn op het hoofdnetwerk 10.0.0.0/8 (bij een combiserver- of LTSP-cluster-opstelling) worden de zaken zelfs nog gecompliceerder. Wellicht is het dan enkel mogelijk om te verhinderen dat men zich intern via ssh aanmeldt door gebruik te maken van een gesofisticeerde DHCP-configuratie (in LDAP), waarbij de zogenaamde 'vendor-class-identifier' gecontroleerd wordt, in combinatie met een passende PAM configuratie.

16. HowTo's in verband met de grafische werkomgeving

16.1. Een grafische werkomgeving instellen voor meerdere talen

Om meerdere talen te ondersteunen moeten de volgende commando's uitgevoerd worden:

  • Voer (als systeembeheerder) het commando dpkg-reconfigure locales uit en kies de gewenste talen (de UTF-8-varianten).

  • Voer als systeembeheerder de volgende commando's uit om de betrokken pakketten te installeren:

apt update
/usr/share/debian-edu-config/tools/install-task-pkgs
/usr/share/debian-edu-config/tools/improve-desktop-l10n

Gebruikers kunnen dan via de beeldschermbeheerder LightDM hun taal kiezen vooraleer ze zich aanmelden. Dit geldt voor Xfce, LXDE en LXQt. GNOME en KDE hanteren allebei hun eigen interne hulpmiddelen voor het configureren van taal en regio en u moet deze gebruiken bij deze grafische werkomgevingen. MATE gebruikt bovenop Lightdm het aanmeldvenster Arctica, zonder de mogelijkheid om een taal te kiezen. Voer het commando apt purge arctica-greeter uit om het standaardaanmeldvenster van Lightdm te krijgen.

Indien schijfloze LTSP-clients gebruikt worden, moet u bovenstaande stappen eveneens uitvoeren binnenin de LTSP-chroot. LDM ondersteunt alle grafische werkomgevingen. Gebruik eerst Preferences (Voorkeuren) om de taal te selecteren en meld u nadien aan.

16.2. Dvd's afspelen

U heeft libdvdcss nodig om de meeste commerciële dvd's te kunnen afspelen. Om redenen van wettelijke aard zit het niet in Debian (Edu). Indien u het rechtsgeldig mag gebruiken, kunt u lokaal uw eigen pakketten bouwen met behulp van het Debian pakket libdvd-pkg. Zorg ervoor dat u de pakketbron contrib geactiveerd heeft in het bestand /etc/apt/sources.list.

apt update
apt install libdvd-pkg

Beantwoord de vragen van debconf en voer dan het commando dpkg-reconfigure libdvd-pkg uit.

16.3. Tekensets met lettertekens in handschrift

Het pakket fonts-linex (dat standaard geïnstalleerd wordt) installeert de tekenset 'Abecedario'. Deze tekenset met lettertekens in handschrift vinden kinderen leuk. De tekenset bevat verschillende varianten om met kinderen te gebruiken: gestippeld of met lijnen.

17. HowTo's voor netwerkclients

17.1. Een inleiding in thin clients en schijfloze werkstations

Een algemene term voor zowel thin-clients als schijfloze werkstations is LTSP-client.

(!) Starting with Bullseye, LTSP is quite different from the previous versions. This concerns both setup and maintenance. As one main difference, the SquashFS image for diskless workstations is now generated from the LTSP server file system. Also, thin clients are no longer supported.

In case of a separate or an additional LTSP server required information for setting up the LTSP client environment isn't complete at installation time. Setup can be done once the system has been added with GOsa².

For information about LTSP in general, see the LTSP homepage. On systems with LTSP server profile, man ltsp provides more information.

The debian-edu-ltsp-install tool is a wrapper script for ltsp image, ltsp kernel and ltsp ipxe. It is used to setup and configure diskless workstation support; in addition thin clients (both 64-Bit and 32-Bit PC) are supported using X2Go. See man debian-edu-ltsp-install or the script content to see how it works. All configuration is contained in the script itself (here documents) to facilitate site specific adjustments.

Please note that the ltsp tool has to be used carefully. For example, ltsp image / would fail to generate the SquashFS image in case of Debian machines (these have a separate /boot partition by default), and ltsp ipxe would fail to generate the iPXE menu correctly (due to Debian Edu's thin client support).

Examples how to use the wrapper script debian-edu-ltsp-install instead:

  • debian-edu-ltsp-install --arch amd64 creates 64-bit diskless workstation support.

  • debian-edu-ltsp-install --arch amd64 --dist bullseye --thin_type bare creates diskless workstation and 64-bit thin client support.

  • debian-edu-ltsp-install --arch i386 --diskless_workstation no --thin_type bare creates additional 32-bit thin client support.

  • debian-edu-ltsp-install --diskless_workstation yes updates the diskless workstation SquashFS image.

  • debian-edu-ltsp-install --diskless_workstation no --thin_type bare (re-)creates 64-bit thin client support.

Besides bare (smallest thin client system), also display and desktop are available options. Some programs like Firefox ESR are executed on the client itself (more local RAM and CPU power required, but server load reduced).

Schijfloos werkstation

A diskless workstation runs all software locally. The client machines boot directly from the LTSP server without a local hard drive. Software is administered and maintained on the LTSP server, but runs on the diskless workstations. Home directories and system settings are stored on the server too. Diskless workstations are an excellent way of reusing older (but powerful) hardware with the same low maintenance costs as with thin clients.

In tegenstelling tot werkstations functioneren schijfloze werkstations zonder dat men ze dient toe te voegen met GOsa².

Thin-client

Een thin-clientinstallatie stelt een gewone PC in staat om te functioneren als een (X-)terminal, waarbij alle programmatuur op de LTSP-server uitgevoerd wordt. Het betekent dat een dergelijke machine opstart via PXE zonder gebruik te maken van een lokale harde schijf op de client.

Debian Edu still supports the use of thin clients to enable the use of very old hardware.

Fabrieksprogrammatuur voor LTSP-clients

Het opstarten van de LTSP-client zal niet lukken als de netwerkkaart van de client niet-vrije fabrieksprogrammatuur vereist. Een PXE-installatie kan gebruikt worden om problemen op te sporen bij het opstarten van een machine over het netwerk. Indien het installatiesysteem van Debian klaagt over het feit dat bestand XXX.bin ontbreekt, betekent dit dat niet-vrije fabrieksprogrammatuur toegevoegd moet worden aan het initrd van de LTSP-server.

Geef in dat geval de volgende opdracht op de LTSP-server.

# First get information about firmware packages
apt update && apt search ^firmware-
 
# Decide which package has to be installed for the network interface(s). 
# Most probably this will be firmware-linux-nonfree.
apt -y -q install <package name>
 
# Update the SquashFS image for diskless workstations.
debian-edu-ltsp-install --diskless_workstation yes

17.1.1. De keuze van het type LTSP-client

Elke LTSP-server heeft twee netwerkkaarten. Een ervan is geconfigureerd binnen het hoofdsubnet 10.0.0.0/8 (dat met de hoofdserver gedeeld wordt). De andere netwerkkaart geeft vorm aan een lokaal subnet (een apart subnet voor elke LTSP-server).

In both cases diskless workstation or thin client can be chosen from the iPXE menu. After waiting for 5 seconds, the machine will boot as diskless workstation. See man ltsp.conf how to change the timeout or to hide the menu.

17.1.2. Gebruik een verschillend LTSP clientnetwerk

Het standaard LTSP clientnetwerk is 192.168.0.0/24 als een computer geïnstalleerd wordt met behulp van het profiel LTSP-server. Indien er zeer veel LTSP-clients in gebruik zijn of indien verschillende LTSP-servers tegelijk een chroot-omgeving voor i386 en voor amd64 moeten aanbieden, kan ook het tweede vooraf ingestelde netwerk 192.168.1.0/24 gebruikt worden. Bewerk het bestand /etc/network/interfaces en pas de instellingen voor eth1 in die zin aan. Gebruik ldapvi of om het even welke andere editor voor LDAP om de instellingen voor DNS en DHCP na te kijken.

17.1.3. Voeg een LTSP-chroot toe om 32-bits client-PC's te ondersteunen

Run debian-edu-ltsp-install --arch i386 --diskless_workstation no --thin_type bare. See man debian-edu-ltsp-install for details about thin client types.

17.1.4. De configuratie van een LTSP-client

Geef de opdracht man ltsp.conf om een zicht te krijgen op de beschikbare configuratieopties. U kunt deze ook online raadplegen: https://ltsp.org/man/ltsp.conf/

17.1.5. Geluid op LTSP-clients

LTSP thin-clients doen beroep op genetwerkte audio om audio van de server te laten doorgeven aan de clients.

Schijfloze werkstations onder LTSP verwerken audio lokaal.

17.1.6. Printers gebruiken die met LTSP-clients verbonden zijn

  • Koppel de printer aan de LTSP-clientcomputer (zowel USB- als parallelle poort worden ondersteund).

  • Configure the LTSP client with GOsa² to use a fixed IP address.

  • Configure the printer using the web interface https://www.intern:631 on the main server; choose network printer type AppSocket/HP JetDirect (for all printers regardless of brand or model) and set socket://<LTSP client ip>:9100 as connection URI.

17.2. Modifying the PXE setup

PXE stands for Preboot eXecution Environment. Debian Edu now uses the iPXE implementation for easier LTSP integration.

17.2.1. Het PXE-menu configureren

The iPXE menu item concerning system installations is generated using the script debian-edu-pxeinstall. It allows some settings to be overridden using the file /etc/debian-edu/pxeinstall.conf with replacement values.

17.2.2. De PXE-installatie configureren

De PXE-installatie zal de instellingen voor taal, toetsenbordindeling en spiegelserver overnemen uit de bij het installeren van de hoofdserver meegegeven instellingen. De overige vragen (over profiel, deelname aan het meten van de populariteit van programmatuur, schijfindeling en beheerderswachtwoord) zullen in de loop van de installatie wel gesteld worden. Om deze vragen te voorkomen, kunt u het bestand /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat aanpassen, zodat het de door u vooraf gekozen antwoorden kan doorgeven aan de overeenkomstige waarden van debconf. Enkele voorbeelden van beschikbare waarden voor debconf kunt u vinden in de commentaarregels van het bestand /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat. Zodra u debian-edu-pxeinstall gebruikt om de installatie-omgeving voor PXE opnieuw aan te maken, zullen uw wijzigingen echter verloren gaan. Om waarden voor debconf te laten toevoegen aan het bestand /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat tijdens dit proces van opnieuw aanmaken van de installatie-omgeving voor PXE met debian-edu-pxeinstall, moet u een bestand /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat.local creëren met daarin de door u gewenste bijkomende waarden voor debconf.

U vindt bijkomende informatie over het aanpassen van PXE-installaties in het hoofdstuk Installatie.

17.2.3. Een eigen pakketbron gebruiken bij PXE-installaties

Voeg u aan het bestand /etc/debian-edu/www/debian-edu-install.dat.local iets toe in de zin van het voorbeeld hieronder om ook een eigen pakketbron te kunnen gebruiken:

#voeg een pakketbron van example.org toe
d-i     apt-setup/local1/repository string      http://example.org/debian stable main contrib non-free
d-i     apt-setup/local1/comment string         pakketbron met programmatuur afkomstig van example
d-i     apt-setup/local1/source boolean         true
d-i     apt-setup/local1/key    string          http://example.org/key.asc

en geef dan eenmaal de opdracht /usr/sbin/debian-edu-pxeinstall.

17.3. Netwerkinstellingen aanpassen

Het pakket debian-edu-config bevat een hulpmiddel waarmee u het netwerk 10.0.0.0/8 in iets anders kunt wijzigen. Kijk eens naar /usr/share/debian-edu-config/tools/subnet-change. Het is bedoeld om vlak na de installatie van de hoofdserver gebruikt te worden met het oog op het aanpassen van LDAP en van de andere bestanden die bijgewerkt moeten worden om het subnet te wijzigen.

/!\ Weet dat kiezen voor een van de subnets die reeds elders in Debian Edu gebruikt worden, niet zal werken. 192.168.1.0/24 en 192.168.1.0/24 staan reeds ingesteld als netwerken voor de LTSP clients. Omschakelen naar deze subnetwerken maakt het manueel bewerken van configuratiebestanden om er de items uit te halen die er tweemaal in voorkomen, onvermijdelijk.

Er bestaat geen gemakkelijke manier om de domeinnaam van DNS te wijzigen. Het toch doen maakt het aanpassen van de structuur van LDAP en van meerdere bestanden in het bestandssysteem van de hoofdserver noodzakelijk. Er bestaat ook geen eenvoudige manier om de computernaam en de DNS-naam van de hoofdserver (tjener.intern) te veranderen. Ook hiervoor zouden veranderingen nodig zijn in LDAP, in bestanden op de hoofdserver en in het bestandssysteem van de client. En in de beide gevallen zouden ook de instellingen van Kerberos veranderd moeten worden.

17.4. Extern Bureaublad (Remote Desktop)

Wanneer u kiest voor het profiel LTSP-server of het profiel gecombineerde server, worden ook de pakketten xrdp en x2goserver geïnstalleerd.

17.4.1. Xrdp

Xrdp maakt gebruik van het protocol Remote Desktop (bureaublad op een andere computer) om aan de clientcomputer een extern grafisch aanmeldscherm aan te bieden. Dit laat gebruikers van Microsoft Windows toe om zonder het installeren van bijkomende programmatuur toch een verbinding te maken met een LTSP-server waarop het programma xrdp draait. Er wordt dan op de Windowscomputer gewoon een verbinding geactiveerd via 'Extern bureaublad' en de gebruiker kan zich aanmelden.

Bijkomend kan xrdp ook een verbinding maken met een VNC-server of een andere RDP-server.

Xrdp wordt zonder ondersteuning voor geluid geleverd; om de nodige modules te compileren zou u het volgende script kunnen gebruiken.

 #!/bin/bash
 # Script om de PulseAudio-modules voor xrd
 # te compileren / hercompileren.
 # De uitvoerder ervan moet root of lid van de sudo-groep zijn.
 # Ook moet /etc/apt/sources.list
 # een geldige deb-src-regel bevatten.
 set -e
  if [[ $UID -ne 0 ]] ; then  
     if ! groups | egrep -q sudo ; then
         echo "FOUT: U moet root of lid van de sudo-groep zijn."
         exit 1
     fi
 fi
 if ! egrep -q  ^deb-src /etc/apt/sources.list ; then
     echo "FOUT: Zorg voor een deb-src-regel in /etc/apt/sources.list."
     exit 1
 fi
 TMP=$(mktemp -d)
 PULSE_UPSTREAM_VERSION="$(dpkg-query -W -f='${source:Upstream-Version}' pulseaudio)"
 XRDP_UPSTREAM_VERSION="$(dpkg-query -W -f='${source:Upstream-Version}' xrdp)"
 sudo apt -q update
 # Broncode en bouwvereisten ophalen:
 sudo apt -q install dpkg-dev
 cd $TMP
 apt -q source pulseaudio xrdp
 sudo apt -q build-dep pulseaudio xrdp
 # Voor pulseaudio moet enkel 'configure' gebeuren:
 cd pulseaudio-$PULSE_UPSTREAM_VERSION/
 ./configure
 # Aanpassen van de Makefile voor de pulseaudio-modules
 # (het absoluut pad is vereist)
 # en bouwen van de pulseaudio-modules.
 cd $TMP/xrdp-$XRDP_UPSTREAM_VERSION/sesman/chansrv/pulse/
 sed -i 's/^PULSE/#PULSE/' Makefile
 sed -i "/#PULSE_DIR/a \
 PULSE_DIR = $TMP/pulseaudio-$PULSE_UPSTREAM_VERSION" Makefile
 make
 # Modules kopiëren naar de map voor Pulseaudio-modules,
 # rechten aanpassen.
 sudo cp *.so /usr/lib/pulse-$PULSE_UPSTREAM_VERSION/modules/
 sudo chmod 644 /usr/lib/pulse-$PULSE_UPSTREAM_VERSION/modules/module-xrdp*
 # Herstarten van xrdp, nu met ondersteuning voor geluid.
 sudo service xrdp restart

17.4.2. X2Go

X2Go maakt het mogelijk om vanaf een pc met Linux, Windows of macOS over een verbinding met lage of hoge bandbreedte toegang te hebben tot een grafische werkomgeving op de LTSP-server. Daarvoor is op de client-computer extra software vereist. Raadpleeg voor bijkomende informatie de wiki van X2Go.

Merk op dat u best het pakket killer verwijdert van de LTSP-server als u X2Go gebruikt. Zie 890517.

17.4.3. Beschikbare clients voor verbinding met een extern bureaublad

  • freerdp-x11 wordt standaard geïnstalleerd en ondersteunt zowel RDP als VNC.

    • RDP - de eenvoudigste manier om een koppeling te maken met een Windows terminalserver. Een pakket met een alternatieve client is rdesktop.

    • Een VNC-client (Virtual Network Computer) geeft vanop afstand toegang tot Skolelinux. Een pakket met een alternatieve client is xvncviewer.

  • x2goclient is een grafische client voor het X2Go-systeem (niet standaard geïnstalleerd). U kunt dit programma gebruiken om een verbinding te maken met een actieve sessie of om een nieuwe sessie te starten.

  • HowTo voor de Citrix ICA-client waarmee vanuit Skolelinux verbinding gemaakt kan worden met een Windows terminalserver.

17.5. Wireless clients

The freeRADIUS server could be used to provide secure network connections. For this to work, install the freeradius and winbind packages on the main server and run /usr/share/debian-edu-config/setup-freeradius-server to generate a basic, site specific configuration. This way, both EAP-TTLS/PAP and PEAP-MSCHAPV2 methods are enabled. All configuration is contained in the script itself to facilitate site specific adjustments. See the freeRADIUS homepage for details.

Additional configuration is needed to

  • enable/disable access points via a shared secret (/etc/freeradius/3.0/clients.conf).

  • allow/deny wireless access using LDAP groups (/etc/freeradius/3.0/users).

  • combine access points into dedicated groups (/etc/freeradius/3.0/huntgroups)

(!) End user devices need to be configured properly, these devices need to be PIN protected for the use of EAP (802.1x) methods. And most important: users need to be educated to install the freeradius CA certificate on their devices to be sure to connect to the right server. This way the password can't be catched in case of a malicious server. The site specific certificate is available on the internal network.

Please note that configuring end user devices will be a real challenge due to the variety of devices. For Windows devices an installer script could be created, for Apple devices a mobileconfig file. In both cases the freeRADIUS CA certificate can be integrated, but OS specific tools are needed to create the scripts.

18. Samba in Debian Edu

Samba is now configured as standalone server with modern SBM2/SMB3 support and usershares enabled, see /etc/samba/smb-debian-edu.conf on the main server. This way non-admin users are enabled to provide shares.

As Samba has dropped the insecure SMB1 protocol, the option to setup Samba as NT4-style PDC is gone.

For site specific changes, copy /usr/share/debian-edu-config/smb.conf.edu-site to the /etc/samba directory. The settings in smb.conf.edu-site will override those contained in smb-debian-edu.conf.

Merk op:

  • By default, home directories are read only. This can be changed in /etc/samba/smb.conf.edu-site.

  • Samba passwords are stored using smbpasswd and are updated in case a password is changed using GOsa².

  • To temporarily disable a user's Samba account, run smbpasswd -d <username>, smbpasswd -e <username> will re-enable it.

  • Running chown root:teachers /var/lib/samba/usershares on the main server will disable usershares for 'students'.

18.1. Toegang tot bestanden via Samba

Connections to a user's home directory and to additional site specific shares (if configured) are possible for devices running Linux, Android, macOS, iOS, iPadOS, Chrome OS or Windows. Other devices like Android based ones require a file manager with SMB2/SMB3 support, also known as LAN access. X-plore or Total Commander with LAN plugin might be a good choice.

Use \\tjener\<username> or smb://tjener/<username> to access the home directory.

19. HowTo's in verband met leren en onderrichten

Alle pakketten van Debian die in dit onderdeel vermeld worden, kunt u installeren door (als systeembeheerder) de opdracht apt install <pakket> te geven.

19.1. Onderricht in programmeren

stable/education-development is een meta-pakket dat een heleboel programmeerhulpmiddelen vereist. Merk op dat bijna 2 GiB vereist is als dit pakket geïnstalleerd wordt. Raadpleeg voor bijkomende informatie (eventueel om slechts enkele pakketten te installeren) de pagina ontwikkelingspakketten van Debian Edu.

19.2. Leerlingen opvolgen

/!\ Waarschuwing: zorg ervoor dat u goed geïnformeerd bent over de wettelijke bepalingen in verband met het opvolgen en beperken van de activiteiten van uw computergebruikers in uw rechtsgebied.

Sommige scholen gebruiken controlehulpmiddelen zoals Epoptes of Veyon om hun studenten te superviseren. Bekijk ook de Homepagina van Epoptes en de Homepagina van Veyon.

19.3. De netwerktoegang voor leerlingen beperken

Some schools use Squidguard or e2guardian to restrict Internet access.

20. HowTo's voor gebruikers

20.1. Wachtwoorden wijzigen

Iedere gebruiker zou zijn of haar wachtwoord moeten wijzigen via GOsa². Om dit te doen, moet men een browser gebruiken en naar https://www/gosa/ gaan.

Using GOsa² to change the password ensures that passwords for Kerberos (krbPrincipalKey), LDAP (userPassword) and Samba (sambaNTPassword) are the same.

Het wijzigen van een wachtwoord met PAM functioneert ook aan de aanmeldingsprompt van GDM, maar dit past enkel het Kerberos-wachtwoord aan, en niet het wachtwoord voor Samba en GOsa² (LDAP). Indien u dus uw wachtwoord wijzigde aan de aanmeldingsprompt, zou u het zeker ook moeten wijzigen via GOsa².

20.2. Autonome Java-toepassingen uitvoeren

Autonome Java-toepassingen worden automatisch ondersteund door OpenJDK, een omgeving voor het uitvoeren van javatoepassingen.

20.3. Het gebruik van e-mail

Alle gebruikers kunnen binnen het interne netwerk e-mail versturen en ontvangen. Certificaten worden voorzien om met TLS beveiligde verbindingen mogelijk te maken. Om het gebruik van e-mail buiten het interne netwerk mogelijk te maken, moet de systeembeheerder de mailserver exim4 configureren overeenkomstig de lokale situatie. Die configuratie bijwerken begint bij de opdracht dpkg-reconfigure exim4-config.

Elke gebruiker die Thunderbird wenst te gebruiken, moet het op de volgende manier configureren. Voor een gebruiker met de gebruikersnaam jdoe, is het interne e-mailadres jdoe@postoffice.intern.

20.4. Thunderbird

  • Start Thunderbird

  • Klik op 'Deze stap overslaan en mijn bestaande e-mail gebruken'

  • Voer uw e-mailadres in

  • Voer uw wachtwoord niet in, aangezien het 'single sign on'-systeem van Kerberos gebruikt zal worden

  • Klik op 'Doorgaan'

  • Voor IMAP en SMTP moeten de instellingen telkens 'STARTTLS' en 'Kerberos/GSSAPI' zijn. Pas ze aan als dit niet automatisch gedetecteerd wordt.

  • Klik op 'Klaar'

21. Meewerken

21.1. Meewerken op lokaal vlak

Momenteel bestaan er lokale teams in Noorwegen, Duitsland, de regio Extremadura in Spanje, Taiwan en Frankrijk. 'Individuele' medewerkers en gebruikers zijn er in Griekenland, Nederland, Japan en op nog andere plaatsen.

Het hoofdstuk ondersteuning bevat uitleg en koppelingen naar lokale hulpbronnen, aangezien meewerken en ondersteunen twee kanten zijn van dezelfde medaille.

21.2. Wereldwijd meewerken

Op internationaal vlak hebben we ons georganiseerd in meerdere teams die werken op verschillende thema's.

In de meeste gevallen fungeert de mailinglijst voor ontwikkelaars als ons belangrijkste communicatiemedium, maar eens per maand hebben we een IRC-vergadering op #debian-edu op irc.debian.org en zelfs ook, weliswaar minder frequent, echte vergaderingen waarop we elkaar persoonlijk ontmoeten. Nieuwe medewerkers zouden onze https:/wiki.debian.org/DebianEdu/ArchivePolicy moeten lezen.

Een goede manier om te weten wat er gebeurt op het vlak van de ontwikkeling van Debian Edu, is zich inschrijven voor de mailinglijst voor broncodeaanpassingen.

21.3. Report bugs

Debian Edu uses the Debian Bug Tracking System (BTS). View existing bug reports and feature requests or create new ones. Please report all bugs against the package debian-edu-config. Take a look at How To Report Bugs for more information on bug reporting in Debian Edu.

21.4. Auteurs van documentatie en vertalers

Dit document heeft uw hulp nodig! Eerst en vooral is het op dit moment nog niet af. Terwijl u het leest, zult u merken dat er op verschillende plaatsen in de tekst nog FIXMEs staan. Indien u toevallig (een beetje) kennis mocht hebben over wat daar uitgelegd moet worden, overweeg dan alstublieft om uw kennis met ons te delen.

De broncode van de tekst is een wiki die eenvoudig met behulp van een webbrowser bewerkt kan worden. Ga gewoon naar https://wiki.debian.org/DebianEdu/Documentation/Bullseye/ en u kunt zomaar beginnen mee te werken. Noot: u heeft wel een gebruikersaccount nodig om de pagina's te bewerken: eerst moet u een wiki-gebruikersaccount aanmaken.

Een heel goede andere manier om mee te werken en gebruikers te helpen, is door programmatuur en documentatie te vertalen. Informatie over hoe dit document te vertalen, is te vinden in het hoofdstuk vertalingen van dit boek. Overweeg alstublieft om te helpen bij het vertalen van dit boek!

22. Ondersteuning

22.1. Ondersteuning op vrijwillige basis

22.1.1. in het Engels

22.1.2. in het Noors

22.1.3. in het Duits

22.1.4. in het Frans

22.2. Professionele ondersteuning

Een lijst van bedrijven die professionele ondersteuning bieden vindt u op https:/wiki.debian.org/DebianEdu/Help/ProfessionalHelp.

23. Nieuwe functionaliteit in Debian Edu Bullseye

23.1. Nieuwe functionaliteit voor Debian Edu 11 met codenaam Bullseye

23.1.1. Veranderingen aan het installatieproces

  • New version of Debian Installer from Debian Bullseye, see its installation manual for more details.

  • New artwork based on the Homeworld theme, the default artwork for Debian 11 Bullseye.

  • The Debian Installer doesn't support LTSP chroot setup anymore. In case of a combined server installation ('Main server' + 'LTSP server' profiles), setting up thin client support (now using X2Go) happens at the end of the installation. Generating the SquashFS image for diskless client support (from the server's file system) is done at first boot.

    For separate LTSP servers, both steps have to be done via a tool after first boot inside the internal network when enough information is available from the main server.

23.1.2. Bijwerkingen van programmatuur

  • Alles wat nieuw is in Debian 11 Bullseye, bijvoorbeeld:

    • Linux kernel 5.10

    • Desktop environments KDE Plasma 5.20, GNOME 3.38, Xfce 4.16, LXDE 10, MATE 1.24

    • Firefox-ESR 78.6 and Chromium 87.0

    • LibreOffice 7.0

    • Educational toolbox GCompris 1.0

    • Music creator Rosegarden 20.12

    • GOsa 2.74

    • LTSP 21.01

    • Debian Bullseye stelt meer 57.000 pakketten ter beschikking, klaar voor installatie.

23.1.3. Documentatie en bijwerkingen van vertalingen

  • The profile choice page is available in 29 languages, of which 22 are fully translated.

  • The Debian Edu Bullseye Manual is fully translated to Dutch, French, German, Italian, Japanese, Norwegian Bokmål and Simplified Chinese.

    • Partly translated versions exist for Danish and Spanish.

    • On weblate, work is in progress for translations to Polish, Portuguese (PT), Romanian, Swedish and Traditional Chinese.

23.1.4. Andere veranderingen vergeleken met de vorige uitgave

  • Verbeterde ondersteuning voor TLS/SSL op het interne netwerk. Op clients is het basiscertificaat voor de 'Debian Edu-CA' nu opgenomen in de certificatenbundel voor het hele systeem.

  • Nieuwe en volledig herschreven LTSP, waarbij ondersteuning voor thin clients weggevallen is. Thin clients worden nu met X2Go ondersteund.

  • Netboot is provided using iPXE instead of PXELINUX to be compliant with LTSP.

  • The /srv/tftp directory is now used as netboot base instead of /var/lib/tftpboot.

  • DuckDuckGo is used as default search provider for both Firefox ESR and Chromium.

  • Chromium uses the internal website instead of Google as default startpage.

  • On diskless workstations, the Kerberos TGT is available after login automatically.

  • New tool added to set up freeRADIUS with support for both EAP-TTLS/PAP and PEAP-MSCHAPV2 methods.

  • Samba is configured as 'standalone server' with support for SMB2/SMB3; domain joining is gone.

  • The GOsa² web interface doesn't show Samba related entries because Samba account data are lo longer stored in LDAP.

  • Debian Installer's graphical mode is used for PXE installations (instead of text mode).

  • Central CUPS print server ipp.intern, users belonging to the printer-admins group are allowed to administrate CUPS.

  • Icinga administration via the web interface is restricted to the first user.

23.1.5. Bekende problemen

24. Auteursrechten en auteurs

This document is written and copyrighted by Holger Levsen (2007-2021), Petter Reinholdtsen (2001, 2002, 2003, 2004, 2007, 2008, 2009, 2010, 2012, 2014), Daniel Heß (2007), Patrick Winnertz (2007), Knut Yrvin (2007), Ralf Gesellensetter (2007), Ronny Aasen (2007), Morten Werner Forsbring (2007), Bjarne Nielsen (2007, 2008), Nigel Barker (2007), José L. Redrejo Rodríguez (2007), John Bildoy (2007), Joakim Seeberg (2008), Jürgen Leibner (2009, 2010, 2011, 2012, 2014), Oded Naveh (2009), Philipp Hübner (2009, 2010), Andreas Mundt (2010), Olivier Vitrat (2010, 2012), Vagrant Cascadian (2010), Mike Gabriel (2011), Justin B Rye (2012), David Prévot (2012), Wolfgang Schweer (2012-2021), Bernhard Hammes (2012) and Joe Hansen (2015) and is released under the GPL2 or any later version. Enjoy!

Mocht u er inhoud aan toevoegen, doe dit dan alstublieft enkel voor zover u er zelf de auteur van bent. U dient die inhoud ook onder dezelfde voorwaarden vrij te geven! Voeg hier vervolgens uw naam toe en geef de inhoud vrij onder de licentie 'GPL v2 of enige latere versie'.

25. Vertalingen van dit document

Versies van dit document zijn beschikbaar in het Duits, Italiaans, Frans, Deens, Nederlands, Noors Bokmål en het Japans. Gedeeltelijke vertalingen bestaan in het Spaans, Pools en Vereenvoudigd Chinees. Er bestaat een onlineoverzicht van alle vertalingen.

25.1. Hoe dit document vertalen

25.1.1. Gebruik PO-bestanden voor het vertalen

Zoals het geval is voor vele projecten van vrije programmatuur, worden vertalingen van dit document bijgehouden in PO-bestanden. In het bestand /usr/share/doc/debian-edu-doc/README.debian-edu-buster-manual-translations kunt u meer informatie vinden over het vertaalproces.

25.1.2. Online vertalen met behulp van een webbrowser

Sommige vertaalteams hebben beslist om de vertaling via Weblate te maken. Zie https://hosted.weblate.org/projects/debian-edu-documentation/debian-edu-bullseye/ voor bijkomende informatie.

Gelieve ons eventuele problemen te rapporteren.

26. Bijlage A - De GNU Algemene Gebruikerslicentie

26.1. Handleiding voor Debian Edu 11 codenaam Bullseye

Copyright (C) 2007-2018 Holger Levsen < holger@layer-acht.org > en anderen. Raadpleeg het hoofdstuk over Auteursrechten voor de volledige lijst van personen bij wie de auteursrechten berusten.

This program is free software; you can redistribute it and/or modify it under the terms of the GNU General Public License as published by the Free Software Foundation; either version 2 of the License, or (at your option) any later version.

This program is distributed in the hope that it will be useful, but WITHOUT ANY WARRANTY; without even the implied warranty of MERCHANTABILITY or FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. See the GNU General Public License for more details.

You should have received a copy of the GNU General Public License along with this program; if not, write to the Free Software Foundation, Inc., 51 Franklin Street, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301 USA.

26.2. GNU GENERAL PUBLIC LICENSE

Version 2, June 1991

Copyright (C) 1989, 1991 Free Software Foundation, Inc. 51 Franklin Street, Fifth Floor, Boston, MA 02110-1301, USA. Everyone is permitted to copy and distribute verbatim copies of this license document, but changing it is not allowed.

26.3. TERMS AND CONDITIONS FOR COPYING, DISTRIBUTION AND MODIFICATION

0. This License applies to any program or other work which contains a notice placed by the copyright holder saying it may be distributed under the terms of this General Public License. The "Program", below, refers to any such program or work, and a "work based on the Program" means either the Program or any derivative work under copyright law: that is to say, a work containing the Program or a portion of it, either verbatim or with modifications and/or translated into another language. (Hereinafter, translation is included without limitation in the term "modification".) Each licensee is addressed as "you".

Activities other than copying, distribution and modification are not covered by this License; they are outside its scope. The act of running the Program is not restricted, and the output from the Program is covered only if its contents constitute a work based on the Program (independent of having been made by running the Program). Whether that is true depends on what the Program does.

1. You may copy and distribute verbatim copies of the Program's source code as you receive it, in any medium, provided that you conspicuously and appropriately publish on each copy an appropriate copyright notice and disclaimer of warranty; keep intact all the notices that refer to this License and to the absence of any warranty; and give any other recipients of the Program a copy of this License along with the Program.

You may charge a fee for the physical act of transferring a copy, and you may at your option offer warranty protection in exchange for a fee.

2. You may modify your copy or copies of the Program or any portion of it, thus forming a work based on the Program, and copy and distribute such modifications or work under the terms of Section 1 above, provided that you also meet all of these conditions:

  • a) You must cause the modified files to carry prominent notices stating that you changed the files and the date of any change.

    b) You must cause any work that you distribute or publish, that in whole or in part contains or is derived from the Program or any part thereof, to be licensed as a whole at no charge to all third parties under the terms of this License.

    c) If the modified program normally reads commands interactively when run, you must cause it, when started running for such interactive use in the most ordinary way, to print or display an announcement including an appropriate copyright notice and a notice that there is no warranty (or else, saying that you provide a warranty) and that users may redistribute the program under these conditions, and telling the user how to view a copy of this License. (Exception: if the Program itself is interactive but does not normally print such an announcement, your work based on the Program is not required to print an announcement.)

These requirements apply to the modified work as a whole. If identifiable sections of that work are not derived from the Program, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works. But when you distribute the same sections as part of a whole which is a work based on the Program, the distribution of the whole must be on the terms of this License, whose permissions for other licensees extend to the entire whole, and thus to each and every part regardless of who wrote it.

Thus, it is not the intent of this section to claim rights or contest your rights to work written entirely by you; rather, the intent is to exercise the right to control the distribution of derivative or collective works based on the Program.

In addition, mere aggregation of another work not based on the Program with the Program (or with a work based on the Program) on a volume of a storage or distribution medium does not bring the other work under the scope of this License.

3. You may copy and distribute the Program (or a work based on it, under Section 2) in object code or executable form under the terms of Sections 1 and 2 above provided that you also do one of the following:

  • a) Accompany it with the complete corresponding machine-readable source code, which must be distributed under the terms of Sections 1 and 2 above on a medium customarily used for software interchange; or,

    b) Accompany it with a written offer, valid for at least three years, to give any third party, for a charge no more than your cost of physically performing source distribution, a complete machine-readable copy of the corresponding source code, to be distributed under the terms of Sections 1 and 2 above on a medium customarily used for software interchange; or,

    c) Accompany it with the information you received as to the offer to distribute corresponding source code. (This alternative is allowed only for noncommercial distribution and only if you received the program in object code or executable form with such an offer, in accord with Subsection b above.)

The source code for a work means the preferred form of the work for making modifications to it. For an executable work, complete source code means all the source code for all modules it contains, plus any associated interface definition files, plus the scripts used to control compilation and installation of the executable. However, as a special exception, the source code distributed need not include anything that is normally distributed (in either source or binary form) with the major components (compiler, kernel, and so on) of the operating system on which the executable runs, unless that component itself accompanies the executable.

If distribution of executable or object code is made by offering access to copy from a designated place, then offering equivalent access to copy the source code from the same place counts as distribution of the source code, even though third parties are not compelled to copy the source along with the object code.

4. You may not copy, modify, sublicense, or distribute the Program except as expressly provided under this License. Any attempt otherwise to copy, modify, sublicense or distribute the Program is void, and will automatically terminate your rights under this License. However, parties who have received copies, or rights, from you under this License will not have their licenses terminated so long as such parties remain in full compliance.

5. You are not required to accept this License, since you have not signed it. However, nothing else grants you permission to modify or distribute the Program or its derivative works. These actions are prohibited by law if you do not accept this License. Therefore, by modifying or distributing the Program (or any work based on the Program), you indicate your acceptance of this License to do so, and all its terms and conditions for copying, distributing or modifying the Program or works based on it.

6. Each time you redistribute the Program (or any work based on the Program), the recipient automatically receives a license from the original licensor to copy, distribute or modify the Program subject to these terms and conditions. You may not impose any further restrictions on the recipients' exercise of the rights granted herein. You are not responsible for enforcing compliance by third parties to this License.

7. If, as a consequence of a court judgment or allegation of patent infringement or for any other reason (not limited to patent issues), conditions are imposed on you (whether by court order, agreement or otherwise) that contradict the conditions of this License, they do not excuse you from the conditions of this License. If you cannot distribute so as to satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you may not distribute the Program at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the Program by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and this License would be to refrain entirely from distribution of the Program.

If any portion of this section is held invalid or unenforceable under any particular circumstance, the balance of the section is intended to apply and the section as a whole is intended to apply in other circumstances.

It is not the purpose of this section to induce you to infringe any patents or other property right claims or to contest validity of any such claims; this section has the sole purpose of protecting the integrity of the free software distribution system, which is implemented by public license practices. Many people have made generous contributions to the wide range of software distributed through that system in reliance on consistent application of that system; it is up to the author/donor to decide if he or she is willing to distribute software through any other system and a licensee cannot impose that choice.

This section is intended to make thoroughly clear what is believed to be a consequence of the rest of this License.

8. If the distribution and/or use of the Program is restricted in certain countries either by patents or by copyrighted interfaces, the original copyright holder who places the Program under this License may add an explicit geographical distribution limitation excluding those countries, so that distribution is permitted only in or among countries not thus excluded. In such case, this License incorporates the limitation as if written in the body of this License.

9. The Free Software Foundation may publish revised and/or new versions of the General Public License from time to time. Such new versions will be similar in spirit to the present version, but may differ in detail to address new problems or concerns.

Each version is given a distinguishing version number. If the Program specifies a version number of this License which applies to it and "any later version", you have the option of following the terms and conditions either of that version or of any later version published by the Free Software Foundation. If the Program does not specify a version number of this License, you may choose any version ever published by the Free Software Foundation.

10. If you wish to incorporate parts of the Program into other free programs whose distribution conditions are different, write to the author to ask for permission. For software which is copyrighted by the Free Software Foundation, write to the Free Software Foundation; we sometimes make exceptions for this. Our decision will be guided by the two goals of preserving the free status of all derivatives of our free software and of promoting the sharing and reuse of software generally.

NO WARRANTY

11. BECAUSE THE PROGRAM IS LICENSED FREE OF CHARGE, THERE IS NO WARRANTY FOR THE PROGRAM, TO THE EXTENT PERMITTED BY APPLICABLE LAW. EXCEPT WHEN OTHERWISE STATED IN WRITING THE COPYRIGHT HOLDERS AND/OR OTHER PARTIES PROVIDE THE PROGRAM "AS IS" WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EITHER EXPRESSED OR IMPLIED, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE. THE ENTIRE RISK AS TO THE QUALITY AND PERFORMANCE OF THE PROGRAM IS WITH YOU. SHOULD THE PROGRAM PROVE DEFECTIVE, YOU ASSUME THE COST OF ALL NECESSARY SERVICING, REPAIR OR CORRECTION.

12. IN NO EVENT UNLESS REQUIRED BY APPLICABLE LAW OR AGREED TO IN WRITING WILL ANY COPYRIGHT HOLDER, OR ANY OTHER PARTY WHO MAY MODIFY AND/OR REDISTRIBUTE THE PROGRAM AS PERMITTED ABOVE, BE LIABLE TO YOU FOR DAMAGES, INCLUDING ANY GENERAL, SPECIAL, INCIDENTAL OR CONSEQUENTIAL DAMAGES ARISING OUT OF THE USE OR INABILITY TO USE THE PROGRAM (INCLUDING BUT NOT LIMITED TO LOSS OF DATA OR DATA BEING RENDERED INACCURATE OR LOSSES SUSTAINED BY YOU OR THIRD PARTIES OR A FAILURE OF THE PROGRAM TO OPERATE WITH ANY OTHER PROGRAMS), EVEN IF SUCH HOLDER OR OTHER PARTY HAS BEEN ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGES.

END OF TERMS AND CONDITIONS

27. Bijlage B - nog geen Debian Edu live cd/dvd's voor Bullseye

/!\ Momenteel zijn er geen Debian Edu Live CD/DVD's voor Bullseye beschikbaar.

27.1. Functionaliteit van het image voor een autonome computer

  • Bureaublad van XFCE

  • Alle pakketten voor het profiel autonome computer

  • Alle pakketten specifiek voor een draagbare computer

27.2. Functionaliteit van het image voor een werkstation

  • Bureaublad van XFCE

  • Alle pakketten voor het profiel werkstation

  • Alle pakketten specifiek voor een draagbare computer

27.3. Vertalingen en regionale ondersteuning activeren

Om een specifieke vertaling te activeren moet u opstarten met de optie locale=ll_CC.UTF-8, waarbij ll_CC.UTF-8 staat voor de door u gewenste lokalisatie. Om een specifieke toetsenbordindeling te activeren, moet u de optie keyb=KB gebruiken, waarbij KB staat voor de door u gewenste toetsenbordindeling. Hierna volgt een lijst van veel gebruikte lokalisatiecodes:

Taal (Regio)

Code voor het taalgebied

Toetsenbordindeling

Noors Bokmål

nb_NO.UTF-8

no

Noors Nynorsk

nn_NO.UTF-8

no

Duits

de_DE.UTF-8

de

Frans (Frankrijk)

fr_FR.UTF-8

fr

Grieks (Giekenland)

el_GR.UTF-8

el

Japans

ja_JP.UTF-8

jp

Noordelijk Sami (Noorwegen)

se_NO

no(smi)

Een volledige lijst van taalgebiedcodes vindt u in het bestand /usr/share/i18n/SUPPORTED, maar enkel de UTF-8-versies van de taalgebiedcodes worden ondersteund door de live-images. Toch zijn niet voor alle taalgebieden vertalingen geïnstalleerd. De benamingen voor de toetsenbordindeling vindt u in /usr/share/keymaps/amd64/.

27.4. Goed om te weten

  • Het wachtwoord voor de gebruiker is 'user'; voor de systeembeheerder (root) werd geen wachtwoord ingesteld.

27.5. Bekende problemen met het image

  • /!\ There are no images yet :(

28. Bijlage C - Functionaliteit in oudere uitgaven

28.1. Nieuwe functionaliteit voor Debian Edu 10+edu0, codenaam Buster, uitgebracht op 06-07-2019

28.1.1. Veranderingen aan het installatieproces

  • Dit is de eerste maal dat er installatie-images voor Debian Edu beschikbaar zijn op https://cdimage.debian.org. Het zijn dus officiële Debian-images.

  • Nieuwe versie van het installatieprogramma van Debian Buster. Voor meer details kunt u terecht bij de installatiehandleiding.

  • Nieuwe grafische vormgeving die gebaseerd is op het thema futurePrototype, de standaard grafische vormgeving voor Debian 10 Buster.

  • Nieuwe standaard grafische werkomgeving Xfce (ter vervanging van KDE).

  • Vernieuwd configuratiebeheer CFEngine (het niet-onderhouden pakket cfengine2 werd vervangen door cfengine3). dit is een ingrijpende aanpassing. Bekijk voor meer details de officiële CFEngine documentatie.

  • De architectuur van de LTSP-chroot is nu standaard die van de server.

28.1.2. Bijwerkingen van programmatuur

  • Alles wat nieuw is in Debian 10 Buster, bijvoorbeeld:

    • Linux kernel versie 4.19

    • Desktopomgevingen KDE Plasma Werkomgeving 5.14, GNOME 3.30, Xfce 4.12, LXDE 0.99.2, MATE 1.20

    • Firefox 60.7 ESR en Chromium 73.0

    • LibreOffice 6.1

    • Gereedschapskist voor het onderwijs GCompris versie 0.95

    • Programma voor muziekcreatie Rosegarden 18.12

    • GOsa 2.74

    • LTSP 5.18

    • Debian Buster stelt meer 57.000 pakketten ter beschikking, klaar voor installatie.

28.1.3. Documentatie en bijwerkingen van vertalingen

  • Bijgewerkte vertalingen van de sjablonen die in het installatieprogramma gebruikt worden. Deze sjablonen zijn nu in 76 talen beschikbaar, waarvan er 31 volledig vertaald zijn. De pagina voor het selecteren van de profielen is in 29 talen beschikbaar, waarvan er 19 volledig vertaald zijn.

  • De handleiding van Debian Edu Buster is volledig vertaald naar het Frans, het Duits, het Italiaans, het Deens, het Nederlands, het Noorse Bokmål en het Japans.

    • Er bestaan gedeeltelijk vertaalde versies in het Pools, het Spaans, het Vereenvoudigd Chinees en het Traditioneel Chinees.

28.1.4. Andere veranderingen vergeleken met de vorige uitgave

  • Met het BD ISO-image is het opnieuw mogelijk om offline installaties uit te voeren.

  • Er zijn nieuwe, aan het onderwijsniveau gekoppelde, metapakketten beschikbaar: education-preschool, education-primaryschool, education-secondaryschool and education-highschool. Geen van hen wordt standaard geïnstalleerd.

  • Sommige pakketten, die eerder behoren tot het voorschoolse niveau of tot het basisonderwijs (zoals gcompris-qt, childsplay, tuxpaint en tuxmath) worden niet langer sttandaard geïnstalleerd.

  • Site-specifieke modulaire installatie. Het is voortaan mogelijk om enkel die educatieve pakketten te installeren die effectief gewenst worden. Raadpleeg het hoofdstuk installatie voor meer informatie.

  • Site-specifieke meertalige ondersteuning. Zie het hoofdstuk Grafische werkomgeving voor meer informatie.

  • LXQt 0.14 wordt aangeboden als nieuwe keuzemogelijkheid bij het selecteren van de grafische werkomgeving.

  • Nieuw GOsa²-Plugin Password Management (voor wachtwoordbeheer).

  • Uit de web-interface van GOsa² werden de onbruikbare opties verwijderd.

  • Er is een nieuwe netgroep beschikbaar om systemen die behoren tot de netgroep shut-down-at-night-host, van een automatische opstart uit te sluiten.

  • Nieuw hulpmiddel Standardskriver (Standaard printer). Zie het hoofdstuk Beheer voor meer informatie.

  • Nieuw hulpmiddel Desktop-autoloader. Dit zorgt voor prestatieverbetering bij schijfloze LTSP-clients. Zie het hoofdstuk Netwerk-clients voor meer informatie.

  • Verbeterde ondersteuning voor TLS/SSL binnen het interne netwerk. Er wordt een RootCA-certificaat gebruikt om servercertificaten te ondertekenen en de persoonlijke mappen van gebruikers worden geconfigureerd om dit te accepteren bij het aanmaken van het account. Behalve Firefox ESR kunnen nu ook Chromium en Konqueror HTTPS gebruiken zonder onveilige verbindingen te moeten toelaten.

  • Het commando ssh met Kerberos-ondersteuning. Binnen het interne netwerk is voor ssh-verbindingen niet langer een wachtwoord vereist. Om dit voor de systeembeheerder te activeren, moet deze eerste het commandokinit uitvoeren.

  • NFS met Kerberos-ondersteuning. Het is nu mogelijk om de toegang tot de persoonlijke map meer te beveiligen. Zie het hoofdstuk Beheer voor meer informatie.

  • Het configuratiebestand /etc/debian-edu/pxeinstall.conf met voorbeelden werd toegevoegd om site-specifieke aanpassingen makkelijker te maken.

  • Het configuratiebestand /etc/ltsp/ltsp-build-client.conf met voorbeelden werd toegevoegd om site-specifieke aanpassingen makkelijker te maken.

  • Een nieuw hulpmiddel, /usr/share/debian-edu-config/tools/edu-ldap-from-scratch. Het maakt het mogelijk om de LDAP-database opnieuw te genereren, zoals deze was onmiddellijk na de installatie van de hoofdserver. Dit gereedschap zou ook nuttig kunnen zijn om het maken van site-specifieke aanpassingen te vergemakkelijken.

  • Nu X2Go server beschikbaar is in Debian worden de ermee verband houdende pakketten automatisch geïnstalleerd op alle systemen met het profiel LTSP-Server.

  • De ontwikkelaars van de browser Firefox ESR hebben de ondersteuning voor het uitvoeren van Java-applets weggelaten.

  • Ondersteuning voor het niet-vrije flash werd weggelaten uit de browser Firefox ESR.

  • Zoals dit het geval was voor de release van Stretch, wordt in Debian 10 het pakket unattended-upgrades niet standaard geïnstalleerd. Raadpleeg het hoofdstuk Onderhoud voor bijkomende informatie over beveiligingsbijwerkingen.

28.2. Nieuwe functionaliteit voor Debian Edu 9+edu0, codenaam Stretch, uitgebracht op 17-06-2017

28.2.1. Veranderingen aan het installatieproces

  • Nieuwe versie van het installatieprogramma van Debian Stretch. Voor meer details kunt u terecht bij de installatiehandleiding.

  • Het profiel 'Thin-clientserver' kreeg de nieuwe naam 'LTSP-Server'.

  • Nieuwe illustraties die gebaseerd zijn op het thema 'soft Waves', de standaardillustraties voor Debian 9 Stretch.

28.2.2. Bijwerkingen van programmatuur

  • Alles wat nieuw was in Debian 9 Stretch, bijvoorbeeld:

    • Linux kernel versie 4.9

    • Desktopomgevingen KDE Plasma Werkomgeving 5.8, GNOME 3.22, Xfce 4.12, LXDE 0.99.2, MATE 1.16

      • De KDE Plasma Werkomgeving wordt standaard geïnstalleerd; raadpleeg deze handleiding om een van de andere te kiezen.

    • Firefox 45.9 ESR en Chromium 59

      • De naam van Iceweasel werd opnieuw veranderd naar Firefox! :-)

    • De naam van Icedove werd opnieuw veranderd naar Thunderbird en wordt nu standaard geïnstalleerd.

    • LibreOffice 5.2.6

    • Gereedschapskist voor het onderwijs GCompris versie 15.10

    • Programma voor muziekcreatie Rosegarden 16.06

    • GOsa 2.7.4

    • LTSP 5.5.9

    • Debian Stretch stelt meer 50.000 pakketten ter beschikking, klaar voor installatie.

28.2.3. Documentatie en bijwerkingen van vertalingen

  • Bijgewerkte vertalingen van de sjablonen die in het installatieprogramma gebruikt worden. Deze sjablonen zijn nu in 29 talen beschikbaar.

  • De handleiding van Debian Edu Stretch is volledig vertaald naar het Duits, het Frans, het Italiaans, het Nederlands, het Noors Bokmål en het Japans. De Japanse vertaling is nieuw in Stretch.

    • Er bestaan gedeeltelijk vertaalde versies in het Spaans, het Pools en het Vereenvoudigd Chinees.

28.2.4. Andere veranderingen vergeleken met de vorige uitgave

  • Icinga vervangt Nagios als monitoringsysteem.

  • kde-spectacle vervangt ksnapshot als schermafdrukgereedschap.

  • De vrije flash-player gnash is terug van weggeweest.

  • Plymouth wort standaard geïnstalleerd en geactiveerd, behalve voor de profielen 'Hoofdserver' en 'Minimaal'. U krijgt de opstart- en afsluitmeldingen te zien als u op de ESC-toets drukt.

  • Bij de opwaardering vanuit Jessie moet de databank van LDAP aangepast worden. De waarde 'tjener' van sudoHost moet veranderd worden in 'tjener.intern' met behulp van GOsa² of een LDAP-editor.

  • De zuivere i586-processor wordt niet langer ondersteund door de uitgave voor 32-bits PC's (gekend als de Debian architectuur i386). Voortaan is de i686 het ondersteunde basismodel, hoewel sommige i586-processoren (bijv. de 'AMD Geode') wel nog ondersteund blijven.

  • Op nieuwe installaties wordt door Debian 9 'unattended upgrades' (onbemand opwaarderen - voor beveiligingsupdates) standaard geactiveerd. Bij een systeem dat nog niet lang opgestart is kan dit het gevolg hebben dat het opnieuw afsluiten ervan ongeveer 15 minuten kan duren.

  • LTSP gebruikt nu NBD in plaats van NFS als basisbestandssysteem. Na iedere verandering aan een LTSP-chroot moet het ermee verband houdende NBD-image opnieuw gegenereerd worden (ltsp-update-image) opdat de wijzigingen van kracht zouden worden.

  • Het wordt niet langer toegestaan dat eenzelfde gebruiker gelijktijdig aangemeld is op een LTSP-server en een LTSP thin-client.

28.3. Historische informatie over oudere uitgaven

De volgende releases van Debian Edu stammen uit een nog verder verleden:

  • Debian Edu 8+edu0, codenaam Jessie, uitgebracht op 02-07-2016.

  • Debian Edu 7.1+edu0, codenaam Wheezy, uitgebracht op 28-09-2013.

  • Debian Edu 6.0.7+r1 codenaam 'Squeeze', uitgebracht op 03-03-2013.

  • Debian Edu 6.0.7+r1 codenaam 'Squeeze', uitgebracht op 03-03-2013.

  • Debian Edu 6.0.4+r0 codenaam 'Squeeze', uitgebracht op 11-03-2012.

  • Debian Edu 5.0.6+edu1 codenaam 'Lenny', uitgebracht op 05-10-2010.

  • Debian Edu 5.0.4+edu0 codenaam 'Lenny', uitgebracht op 08-02-2010.

  • Debian Edu '3.0r1 Terra', uitgebracht op 05-12-2007.

  • Debian Edu '3.0r0 Terra', uitgebracht op 22-07-2007. De release is gebaseerd op Debian 4.0 Etch, uitgebracht op 08-04-2007.

  • Debian Edu 2.0, uitgebracht op 14-03-2006. De release is gebaseerd op Debian 3.1 Sarge, uitgebracht op 06-06-2005.

  • Debian Edu '1.0 Venus', uitgebracht op 20-06-2004. De release is gebaseerd op Debian 3.0 Woody, uitgebracht op 19-07-2002.

Een volledig en gedetailleerd overzicht van alle oude releases is te vinden in Appendix C van de handleiding voor Jessie. Raadpleeg anders de handleidingen bij de verschillende uitgaven op de pagina met handleidingen.